In een recente uitspraak (ECLI:NL:RBOVE:2025:7373) oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Overijssel over de vraag wanneer kan worden gekozen voor een vergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) en wanneer voor een wijziging van het omgevingsplan.

De uitspraak ziet op een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een bedrijfswoning. De bestaande woning wordt met 6 vierkante meter uitgebreid en er wordt een extra verdieping met kap geplaatst. De bopa ziet op een overschrijding van de toegestane bouwhoogte; 8,20 meter in plaats van 3 meter. Eisers stellen dat het bouwplan niet met een bopa kan worden toegestaan. Het bouwplan is volgens eisers een structurele wijziging van de bestaande bouw- en gebruiksstructuur en dat kan volgens hen alleen geregeld worden met een wijziging van het omgevingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bouwplan bij uitstek een situatie is waarvoor de bopa bedoeld is: een kleine planologische afwijking. De bopa ziet alleen op de bouwhoogte, het gebruik wijzigt niet en de uitbreiding van 6 vierkante meter past binnen de geldende regels van het omgevingsplan. De voorzieningenrechter overweegt daarnaast dat een wijziging van het omgevingsplan een middel is dat voor de hand ligt bij nieuwe ruimtelijke keuzes voor een groter gebied. Ook andere beroepsgronden die onder meer zien op participatie en verslechtering van het woon- en leefklimaat slagen niet. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak roept vragen op over de interpretatie van de bopa binnen het stelsel van de Omgevingswet. Hoewel de rechter in dit geval spreekt van een kleine afwijking, staat in de wet nergens dat de bopa alléén daarvoor bedoeld is. Sterker nog: de bopa staat los van het omgevingsplan en kan dus ook bij grotere afwijkingen worden ingezet die zien op meer dan een overschrijding van de bouwhoogte. Het gaat dan bijvoorbeeld om de transformatie van een bestaand bedrijfspand tot een modern appartementencomplex, of de realisatie van een volledig nieuwbouwproject. Dit volgt onder meer uit een artikel van de VNG. Het bouwplan moet wel voldoende concreet zijn en uiteraard zolang aan de eis wordt voldaan van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Door de bopa in dit geval te typeren als hoofdzakelijk bedoeld voor kleine planologische afwijkingen, wekt de uitspraak mogelijk wat ons betreft een te beperkend beeld van de inzetmogelijkheden van dit instrument.
Deze uitspraak laat zien dat de voorzieningenrechter in ieder geval ruimte biedt voor de bopa bij beperkte afwijkingen van het omgevingsplan. Dat het instrument vooral ingezet zou moeten worden voor kleinschalige ontwikkelingen, is wat ons betreft een te beperkte uitleg. Ook bij grotere ontwikkelingen, kan de bopa de voorkeur genieten boven een wijziging omgevingsplan, mits het plan voldoende concreet is en voldaan wordt aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.