Een gemeente actualiseert de milieuvergunningen van een racecircuit. Daartegen komen zowel de exploitant als omwonenden en belangenorganisaties op. De rechtbank bepaalt dat de gemeente de vergunningen niet mocht actualiseren. Dat was aan het provinciebestuur.

Voor het circuit gelden sinds 1997 milieuvergunningen die door het provinciebestuur zijn verleend en later meerdere keren gewijzigd. Op een gegeven moment besluit het gemeentebestuur om de vergunningen ambtshalve te actualiseren. Daarbij blijven de oude vergunningen formeel bestaan, maar worden vrijwel alle voorschriften en definities ingetrokken en vervangen voor meer overzicht.
Volgens het gemeentebestuur is deze stap nodig omdat het vergunningenbestand onoverzichtelijk is geworden en sommige voorschriften verouderd zijn. Ook worden bepaalde normen aangepast op basis van gewijzigde inzichten. Tegen die aanpassing komen verschillende belanghebbenden op. Omwonenden, belangenorganisaties en ook het circuit zelf: zij vrezen dat de nieuwe vergunning hun positie verslechtert.
De rechtbank Noord-Holland richt zich allereerst op de vraag of het gemeentebestuur bevoegd is om de vergunning ambtshalve te actualiseren. Daarbij maakt zij een belangrijk onderscheid: het gaat hier niet om een aanvraag voor een vergunning, maar om een wijziging uit eigen beweging.
Volgens de rechtbank is zo’n actualisatie een aanvullende bevoegdheid ten opzichte van de oorspronkelijke vergunningverlening. Dat betekent op basis van de wet dat alleen het bestuursorgaan dat de vergunning destijds heeft verleend, bevoegd is om die later te wijzigen of aan te vullen. Omdat de oorspronkelijke milieuvergunning door het provinciebestuur is verleend, ligt die bevoegdheid nog steeds daar. De rechtbank oordeelt dan ook dat het gemeentebestuur niet bevoegd is om de vergunning aan te passen en vernietigt het besluit. Daardoor herleven de oude vergunningen. Aan een inhoudelijke beoordeling van de nieuwe voorschriften komt de rechtbank niet toe.
Bron:Rechtbank Noord-Holland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBNHO:2026:2942 | 23-03-2026