Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Regionale woningbouwbehoefte vormt ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ die aantasting fourageergebied das afweegbaar maakt 

De rechtbank Midden-Nederland oordeelt in zijn uitspraak van 26 maart 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:1474) dat Gedeputeerde Staten (“GS”) toereikend hebben gemotiveerd dat het beoogde woningbouwproject een ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ (als bedoeld in art. 8:74l, eerste lid, onder b, onder 3°, Besluit kwaliteit leefomgeving, “Bkl”) die mag worden afgewogen tegen de door de Habitatrichtlijn nagestreefde soortenbescherming. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over de door GS ten behoeve van het woningbouwproject verleende omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor een aaneensluitende periode van twee jaar.

8 May 2026

Gedurende deze periode wil vergunninghoudster vijf grondgebonden koopwoningen realiseren op een locatie die is gelegen in het fourageergebied van de das. Na een eerdere tussenuitspraak (van 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:20255410) moet de rechtbank in beroep beoordelen of GS met het herstelbesluit tot vergunningverlening dit keer wel toereikend hebben gemotiveerd dat de vergunde flora- en faunactiviteit is verleend vanwege een dwingende reden van groot openbaar belang. In zijn tussenuitspraak stelde de rechtbank voorop dat een dringende behoefte aan woningbouw onder omstandigheden kan worden aangemerkt als maatschappelijke reden van sociale of economische aard, op basis waarvan sprake kan zijn van een groot openbaar belang om een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te verlenen (vgl. de Afdelingsuitspraken van 11 januari 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AH6955, 21 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH0446 en 13 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI3701 over het voorheen geldende soortenbeschermingsregime uit de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Flora- en Faunawet. De rechtbank stelt dat GS aan het herstelbesluit deskundigenonderzoek naar de regionale woningbehoefte binnen de vastgestelde woningmarktregio ten grondslag hebben gelegd. Daarmee hebben GS de noodzaak van het woningbouwproject en het wettelijk belang - de ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ als bedoeld in art. 8:74l, eerste lid, onder b, onder 3°, Bkl - van de bestreden omgevingsvergunning voldoende onderbouwd. Volgens de rechtbank mochten GS daarmee het belang van woningbouw afwegen tegen het belang van de das om ongestoord gebruik te maken van zijn foerageergebied. Omdat sprake is van een relatief klein bouwproject van vijf woningen, zal de verstoring van het beschermde foerageergebied van de das volgens de rechtbank ook beperkt zijn. Bovendien wordt met mitigerende maatregelen, in de vorm van vervangend foerageergebied nabij het bestaande foerageergebied, voldoende compensatie geboden voor de aantasting van het foerageergebied van de das, aldus de rechtbank.  

Artikel delen