Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Relatie fundamenteel recht op wonen (evrm) en handhaving omgevingsplan

De uitspraak Rechtbank Noord-Nederland 26 maart 2026, ECLI:NL:RBNNE:2025:5903 gaat over de oplegging van een last onder dwangsom aan eisers wegens het permanent bewonen van een recreatiewoning, in strijd met het geldende omgevingsplan. Op grond van art. 5.1, lid 1, onder a Ow is daarvoor een omgevingsvergunning vereist. Eisers hebben die omgevingsvergunning niet.

26 March 2026

De voorzieningenrechter overweegt dat artikel 8 EVRM een fundamenteel recht op wonen behelst. Inmenging in dit recht dient bij wet te zijn voorzien en een legitiem doel te dienen. Daarvan is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake. De inmenging is geregeld in de Awb, de Omgevingswet en het Omgevingsplan.

Deze wettelijke voorschriften dienen ook een legitiem doel, namelijk de naleving van het Omgevingsplan. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de betrokken wettelijke voorschriften noodzakelijk zijn in een democratische samenleving als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM, hetgeen in dit geval wil zeggen dat beslissingen die in dit opzicht worden genomen, evenredig zijn met het doel dat daarmee wordt gediend.

Het college heeft, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarcommissie, gemotiveerd dat het algemeen belang om handhavend op te treden tegen overtreding van het Omgevingsplan zwaarder weegt dan het belang van eisers bij het gebruik van hun recreatiewoning als hoofdverblijf in strijd met het bestemmingsplan.

In het bestreden besluit, waarin verwezen wordt naar het advies van de bezwaarcommissie, wordt gesteld dat de belangen van eisers afgewogen zijn tegen het algemeen belang en dat dit algemene belang zwaarder dient te wegen. In het bestreden besluit wordt echter op geen enkele wijze ingegaan op de door eisers aangevoerde omstandigheden op medisch en op financieel gebied. In het verweerschrift stelt het college zich op het standpunt dat de financiële middelen van eisers weliswaar gering zijn, maar dat dit niet in de weg stond aan het zoeken naar vervangende woonruimte, bijvoorbeeld door antikraak te gaan wonen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college de persoonlijke belangen van eisers onvoldoende heeft onderzocht en in het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd heeft waarom de omstandigheden van eisers geen aanleiding geven om van handhaving af te zien, zeker gezien de beknopte motivering van het algemeen belang.

Artikel delen