Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Relativiteit en enig zicht

Op 29 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2433) deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak op het beroep van enkele omwonenden tegen het bestemmingsplan Zandpad Poortvliet van de gemeente Tholen (Zeeland). Het plan voorziet in de bouw van een schuur met koelcel. Appellanten wonen op resp. 220 en 120 meter van het bouwvlak voor de schuur en hebben daartegen bezwaar. Zij voeren onder meer aan dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 2.16 van de provinciale omgevingsverordening Zeeland. Die bepaling beoogt namelijk verstening en versnippering tegen te gaan.

5 May 2026

Volgens de raad zijn appellanten geen belanghebbenden maar zij hebben wel een zienswijze ingediend dus hoeven zij volgens de Afdeling geen belanghebbenden te zijn om in hun beroep ontvangen te worden. Dat neemt niet weg dat wel beoordeeld moet worden of het relativiteitsvereiste in de weg staat aan vernietiging van het bestemmingsplan. De Afdeling oordeelt dat dit het geval is. Regels over het tegengaan van verstening en versnippering van het buitengebied strekken niet ter bescherming van de belangen van een individuele appellant, tenzij de gevreesde aantasting plaatsvindt in een gebied dat kan worden aangemerkt als zijn directe woon- en leefomgeving. In zo’n geval bestaat een zo nauwe verwevenheid tussen het belang van appellant bij het behoud van een goede kwaliteit van zijn directe woon- en leefomgeving en het algemene belang dat aan de orde is bij het voorkomen van verstening en versnippering van het buitengebied, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen kennelijk niet strekken tot bescherming van zijn belang. Hoewel het hier niet is uitgesloten dat appellanten vanaf de bovenverdieping van hun woningen enig zicht hebben op de bovenkant van de schuur, is dat zicht gelet op de afstand tussen hun woning en het bouwvlak en de tussenliggende bomen en objecten, van dermate geringe betekenis dat het plandeel waarin de bouw van de schuur mogelijk is gemaakt, niet kan worden gerekend tot hun woon- en leefomgeving. Artikel 2.16 van de verordening strekt dan ook niet tot de bescherming van de belangen van appellanten en het relativiteitsvereiste staat daarom in de weg aan vernietiging van het bestemmingsplan vanwege strijd met de omgevingsverordening.

Artikel delen