Bij arrest van 26 februari 2026 verduidelijkt het HvJ EU dat bij het verstoringsverbod uit de vogelrichtlijn mitigerende maatregelen al mogen worden betrokken in de (eerste) beoordeling of überhaupt een verbodsbepaling wordt overtreden / vergunningplicht geldt, en dat de People Over Wind-lijn uit het gebiedsbeschermingsrecht, die in Nederland o.a. leidde tot de Rendac-uitspraak, niet wordt doorgetrokken naar het soortenbeschermingsrechtelijke verstoringsverbod.

Wat speelde er?
In 2014 heeft de deelstaat Neder-Oostenrijk een vergunning aangevraagd voor de aanleg van een 1,69 kilometer lange vierbaansweg ten zuiden van St. Pölten. Verzoekers in het hoofdgeding hebben tegen dit besluit beroep ingesteld en voeren aan dat er zich binnen het gebied van de werkzaamheden broedgebieden bevinden van de veldleeuwerik, de patrijs en de kwartel, en dat het geluid van het toekomstige autoverkeer ook tal van andere bosvogelsoorten zal storen, onder meer de middelste bonte specht.
De verwijzende rechter vraagt zich in de eerste plaats af of er bij de beoordeling of het project voldoet aan de vereisten van artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn, rekening kan worden gehouden met maatregelen om het storen van de vogelsoorten waarop het project betrekking heeft te voorkomen of te beperken.
Het Hof stelt vast dat indien passende preventieve maatregelen daadwerkelijk voorkomen dat een project wilde vogels stoort of het storen daadwerkelijk kan beperken zodat het geen wezenlijke invloed heeft op de doelstellingen van de vogelrichtlijn, het verstoringsverbod niet van toepassing is. Het bestaan van dergelijke maatregelen, waarvan de uitvoering in het project is vastgelegd, moet volgens het Hof dus in aanmerking worden genomen bij de beoordeling of het verstoringsverbod wordt geschonden.
Dit wordt volgens het Hof niet weersproken door het arrest van People Over Wind en Sweetman. In dat arrest moeten maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van een project immers niet in aanmerking worden genomen in het stadium van de voorlopige beoordeling van dat project in het kader van de habitatrichtlijn, omdat het er dan om gaat te bepalen of het project overeenkomstig artikel 6, lid 3, eerste volzin, van de habitatrichtlijn moet worden onderworpen aan een formele beoordeling. Aangezien artikel 5, onder d), van de vogelrichtlijn daarentegen geen onderscheid maakt tussen twee fasen, moeten verstoringen van meet af aan uitgebreid worden beoordeeld, waarbij rekening moet worden gehouden met maatregelen om deze te voorkomen of te beperken.
Kortom: bij het verstoringsverbod uit de Vogelrichtlijn worden passende preventieve en mitigerende maatregelen al in de eerste beoordeling betrokken; de People Over Wind-/‘Rendac’-lijn uit het geldt hier niet één-op-één.
Door Klaas Valkering