Rechtbank Den Haag 10 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:8207. Eisers betogen dat bij de beoordeling van de parkeerbehoefte van het bouwplan ten onrechte is uitgegaan van een hotel in de categorie één ster. Het hotel bevindt zich, zo volgt uit de aanvraag, qua voorzieningen en uitstraling in een hoger segment dan het huidige hotel. Op grond van die nieuwe criteria is eerder sprake van een hotel in de categorie twee sterren en zou alleen het ontbreken van een leeslampje naast het bed meebrengen dat sprake is van een hotel in de categorie één ster. Dat is volgens eisers geen bruikbare maatstaf om de parkeerbehoefte op te baseren. Volgens eisers vallen luxe voorzieningen als een sauna en een zwembad ook niet te rijmen met indeling in de categorie één ster.

De rb. volgt eisers niet in hun betoog dat bij de toepassing van het parkeerbeleid geen aansluiting had mogen zoeken bij hotelsterren.nl, omdat het parkeerbeleid daar niet naar verwijst. Daartoe overweegt de rb. dat in het parkeerbeleid geen definitie is opgenomen waarmee het aantal sterren eenduidig kan worden bepaald. Voor wat betreft het aantal sterren is daarin alleen opgenomen: “het cijfer in combinatie met * is een maat voor de voorzieningen en faciliteiten in een hotel”. Aansluiting bij de door Koninklijke Horeca Nederland gehanteerde sterrenclassificatie op hotelsterren.nl acht de rb. daarom navolgbaar.
De rb. volgt eisers wel in het betoog dat niet is verzekerd dat voor het bouwplan wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Daartoe overweegt de rb. dat het bestemmingsplan vestiging van een hotel mogelijk maakt, zonder dat een onderscheid wordt gemaakt naar de sterrencategorie.
Geen omgevingsvergunning is nodig wanneer het hotel zou worden gewijzigd van een hotel in de categorie één ster naar een hogere sterrencategorie. Dat gebruik is rechtstreeks toegelaten op grond van het bestemmingsplan en mogelijk zonder vergunningplichtige bouwkundige ingrepen. Voor zover het college zich op het standpunt stelt dat bij een vergunningvrije functiewijziging naar een hogere sterrencategorie moet worden getoetst aan het parkeerbeleid, wijst de rechtbank op jurisprudentie van de ABRvS waaruit volgt dat het veranderen van een binnen de bestemming passende functie in beginsel niet afhankelijk is van op grond van art. 3.1.2, lid 2, onder a Bro vastgestelde beleidsregels.
Eisers wijzen er daarom terecht op dat een relatief kleine vergunningvrije wijziging – zoals het toevoegen van leeslampjes op de kamer – ertoe kan leiden dat sprake wordt van een hotel met een hogere sterrenclassificatie, zonder dat de op grond van het bestemmingsplan daarvoor benodigde parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd.