Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Stichting belanghebbende bij omgevingsvergunningprocedure omdat zij niet meer in het vergunde pand kan vergaderen?

Rechtbank Gelderland 20 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1095. Het college heeft bij besluit van 2 juli 2024 een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor de bouw van een sportaccommodatie.

28 February 2026

Samenvattingen

Eiseres maakt voor haar activiteiten gebruik van het dorpshuis‘. Volgens een in 2020 gesloten vaststellingsovereenkomst tussen onder meer de gemeente Maasdriel, de vergunninghouder en eiseres is het de bedoeling dat de nu in [plaats 1] vergunde sportaccommodatie ook een dorpshuisfunctie krijgt en als zodanig zal gaan worden gebruikt door eiseres en diverse andere verenigingen en stichtingen. Destijds was het ontwerp van de accommodatie echter voorzien van een verdieping die gebruik als dorpshuis mogelijk maakte. In het nu vergunde bouwplan is die verdieping niet meer aanwezig. Eiseres vreest dat gebruik van de accommodatie als dorpshuis daardoor niet langer mogelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het college het bezwaar van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiseres wordt door de vergunning niet rechtstreeks geraakt in haar eigen of haar statutaire belangen zoals bedoeld in art. 1:2, lid 1 en 3 Awb.

Het eigen belang van de stichting is dat zij dat wil kunnen vergaderen in een daarvoor geschikte ruimte terwijl zo’n ruimte in de nu vergunde accommodatie ontbreekt.

Haar statutaire belang is dat zij zich richt op de leefbaarheid van [plaats 2]. Die belangen worden door de omgevingsvergunning niet rechtstreeks geraakt. Daarbij is van belang dat de accommodatie niet is voorzien in [plaats 2], maar in [plaats 1]. Dat de bouw van de accommodatie het mogelijk maakt om het huidige dorpshuis van [plaats 2] te verplaatsen naar [plaats 1], geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Zoals hiervoor onder 2 is aangegeven volgt uit het omgevingsplan al dat de accommodatie ook mag worden gebruikt voor nevengebruik voor maatschappelijke voorzieningen. Gelet hierop heeft het college terecht besloten dat eiseres geen belanghebbende is bij het besluit van 2 juli 2024.

Artikel delen