Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Tegelen-jurisprudentie blijft van toepassing op de omgevingswet

In het kort komt de zogenoemde 'Tegelen-jurisprudentie' erop neer dat als een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is verleend omdat het past binnen een nog niet onherroepelijk bestemmingsplan de latere vernietiging van dit bestemmingsplan de rechtmatigheid van de destijds verleende omgevingsvergunning hier niet aan afdoet.

22 January 2026

In Rechtbank Gelderland 22 januari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:266 is de 'Tegelen-jurisprudentie' voortgezet onder de Omgevingswet.

De uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor de bouw van 33 woningen in een nieuwe woonwijk. Bij besluit van 17 mei 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend (o.g.v. de binnenplanse) omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, art. 5.1, lid 1 onder a Ow en art. 8.0a, lid 1 Bkl). Met het besluit van 16 juli 2024 op het bezwaar heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten.

Het bouwplan ligt in het plangebied van het bestemmingsplan dat op 19 november 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld en onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan. Omdat de vergunningaanvraag dateert van na 1 januari 2024 is het wettelijke kader van de Omgevingswet van toepassing.

Eiseres betoogt dat vergunninghouder geen werkbare omgevingsvergunning heeft, ook al is de verleende vergunning in overeenstemming met het bestemmingsplan verleend. De ABRvS heeft op 21 mei 2025 het besluit van de gemeenteraad tot vaststelling van het bestemmingsplan vernietigd. Na vernietiging hebben de gronden rondom de woningen weer een agrarische functie en er kunnen geen wegen en tuinen worden aangelegd. Juridisch is bewoning niet toegestaan en men kan niet in de woningen komen zonder strijdig gebruik van de agrarische functie.

De rb. stelt voorop dat het bouwplan past in het bestemmingsplan. Dat is verder ook niet in geschil. De rb. toetst de omgevingsvergunning naar het moment van het bestreden besluit van 16 juli 2024. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning en ten tijde van het bestreden besluit was het bestemmingsplan het geldende recht, gelet op vaste rechtspraak (ABRvS 21 december 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA4296, Tegelen). De uitspraak van de ABRvS over het bestemmingsplan dateert namelijk van na het bestreden besluit.

Het college wijst er terecht op dat met de inwerkingtreding van de Ow het limitatief-imperatieve stelsel van weigeringsgronden inhoudelijk niet is gewijzigd gelet op art. 8.0a, lid 1 Bkl en art. 22.29 omgevingsplan. Op grond daarvan heeft het college de vergunning verleend en terecht in stand gelaten. Dat vergunninghouder in de uitvoering van het bouwplan tegen praktische problemen gaat aanlopen vanwege de vernietiging van het bestemmingsplan is een uitvoeringskwestie die in deze procedure niet aan de rb. voorligt.

Artikel delen