Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Termijn aanvullende gegevens (art. 4:5 Awb) en vele vergunningaanvragen bij inwerkingtreding omgevingswet: geen reden voor onhaalbare termijn

Tussen partijen is niet in geschil dat de aanvraag die eiser op 31 december 2023 bij verweerder heeft ingediend, onvoldoende gegevens en bescheiden bevatte voor een inhoudelijke beoordeling ervan. Verweerder heeft eiser op 5 januari 2024 een uitgebreide lijst met gegevens toegestuurd die nog ontbraken. Voor het aanleveren van deze gegevens heeft verweerder aan eiser een termijn van vijf weken gegeven.

6 January 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

Met eiser en de commissie in haar advies is de rechtbank van oordeel dat gelet op de hoeveelheid en de aard van de gevraagde gegevens, een termijn van vijf weken te kort was. Verweerder heeft gesteld dat die termijn niet te kort was, omdat eiser een professionele partij is en hij bij het indienen van de aanvraag al wist welke stukken ontbraken; dat was hem namelijk al op 1 juni 2023 als reactie op het principeverzoek medegedeeld. De rechtbank is van oordeel dat dit geen geldig argument is om een kortere termijn te stellen dan de termijn die nodig was om de aanvraag aan te vullen zoals die er op dat moment lag.

De rechtbank herkent dat – zoals verweerder stelt – vlak voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet veel (onvolledige) aanvragen zijn ingediend. Het is begrijpelijk dat verweerder de daardoor oplopende werkvoorraad behapbaar wilde houden. Maar dat is geen geldig argument om een termijn te stellen waarvan verweerder al op voorhand kon zien aankomen dat die niet zou worden gehaald.

Over de beslissing van verweerder om vervolgens gebruik te maken van de mogelijkheid in artikel 4:5 van de Awb om de aanvraag buiten behandeling te laten, overweegt de rechtbank het volgende. Het standpunt van verweerder dat slechts sprake is van een schets herkent de rechtbank niet: de aanvraag bevat onder meer tekeningen van de woning met daarin afmetingen. Dat detailtekeningen ontbreken, maakt nog niet dat geen sprake is van een aanvraag waarop na aanvulling kan worden beslist. Ook het standpunt van verweerder dat in december 2023 is besloten om strakkere termijnen te hanteren, kan het bestreden besluit niet dragen, te meer niet nu eiser naar voren heeft gebracht dat voor een andere – vergelijkbare – aanvraag een veel ruimere termijn is gegeven. Daar komt bij dat niet gebleken is dat deze interne beslissing tevoren extern is gecommuniceerd, zodat ook een professionele partij als eiser daarop niet heeft kunnen anticiperen. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank een te strakke termijn gesteld, en dat had voor verweerder aanleiding moeten zijn om buitenbehandelingstelling op dat moment achterwege te laten.

De conclusie is dat verweerder heeft gehandeld in strijd met artikel 4:5 van de Awb.

Artikel delen