Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Toezicht op naleving geluidvoorschriften windturbines vergt zorgvuldig onderzoek met daadwerkelijke geluidmetingen  

Uit de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 1 mei 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:2092) volgt dat het college van burgemeester en wethouders (“college”) onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht of sprake is van een overtreding van de geluidsnormen van een windmolenpark door dit niet met daadwerkelijke geluidmetingen vast te stellen. Aanleiding voor dit oordeel was de afwijzende beslissing op het door een stichting ingediend verzoek om handhavend optreden tegen (onder meer) de (cumulatieve) geluidsuitstoot van verschillende op land opgestelde windturbines.

20 May 2026

De stichting betoogt in beroep dat het college ten onrechte geen fysieke geluid- en bronmetingen heeft uitgevoerd, zodat een officieel meetdocument over het geluid van de windturbines ontbreekt. Volgens de stichting mocht het college niet volstaan met een administratieve beoordeling van de verificatiedocumenten van de fabrikant van de windmolens en de opgevraagde bronvermogens per windklasse, om vervolgens uitsluitend op basis daarvan te concluderen dat de windturbines aan de geluidnormen voldoen. De rechtbank overweegt dat uit vaste rechtspraak volgt dat van een belanghebbende die om handhaving verzoekt (in beginsel) niet verwacht kan worden dat hij het bewijs van een overtreding levert (vgl. de Afdelingsuitspraak van 19 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2743). Wel moet diegene voldoende aanknopingspunten bieden voor onderzoek naar de vaststelling dat sprake is van een overtreding (vgl. de Afdelingsuitspraak van 5 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:147). De rechtbank is van oordeel dat eisers in deze zaak met hun verzoek voldoende aanknopingspunten hebben geboden voor het college om te onderzoeken of er inderdaad sprake is van een overtreding. In het geval van geluidsoverlast is het voor omwonenden immers moeilijk om aan te tonen dat een geluidsnorm daadwerkelijk wordt overtreden, omdat zij meestal niet over geschikte apparatuur beschikken om dat aan te tonen. Door geen fysieke metingen uit te voeren heeft het college naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderzoek gedaan naar de gestelde overtreding van de geluidnormen. Als het, zoals in dit geval, gaat om toezicht op de naleving van de gestelde voorschriften en/of normen, zal het college volgens de rechtbank moeten controleren of in de praktijk ook daadwerkelijk aan die voorschriften en/of normen wordt voldaan. Daarbij is de rechtbank zich er van bewust dat het meten van geluid ingewikkeld is en dat er een jaarnorm geldt. Tegelijkertijd zijn de windturbines inmiddels opgericht en al geruime tijd in werking, zodat het volgens de rechtbank mogelijk moet zijn om daadwerkelijke geluidmetingen uit te voeren. Omdat het college dergelijke metingen in het geheel niet heeft uitgevoerd, concludeert de rechtbank dat het collegestandpunt dat de windturbines ‘op papier’ aan de geluidnormen voldoen te voorbarig is. 

Artikel delen