In de uitspraak Rechtbank Gelderland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:1714 is getoetst of het bouwen van een transformatorhuisje al dan niet vergunningvrij is voor de omgevingsplanactiviteit bouwen ('OPA Bouw') ex art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet alsmede voor de technische bouwactiviteit ex art. 5.1, lid 2, onder a Omgevingswet.

Liander heeft een transformatorhuisje geplaatst op gemeentegrond nabij de woning van verzoeker. Het plaatsen van het transformatorhuisje is volgens het college vergunningvrij.
Het plaatsen van een transformatorhuisje met een beperkte afmetingen zoals in de [locatie] is geplaatst, is in beginsel vergunningsvrij met betrekking tot de technische bouwactiviteit (artikel 5.1, lid 2 sub b Omgevingswet). Het omschreven bouwwerk valt namelijk niet onder de aangewezen vergunningplicht in paragraaf 2.3.2. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit komt omdat een transformatorhuisje valt onder het aanbrengen van nutsvoorzieningen. Zodoende is er geen mogelijkheid tot handhaving.
De rechtbank overweegt als volgt. Net als het college is de voorzieningenrechter namelijk van oordeel dat het realiseren van het transformatorhuisje op grond van de artikelen 2.27 en 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving niet omgevingsvergunningplichtig is.
Y. Schönfeld: Art. 2.29 Bbl handelt over de vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken (zie art. 2.29, onder p, sub 1°Bbl). Art. 2.27 Bbl geeft de uitzonderingen aan op de aanwijzing van vergunningplichtige gevallen van de technische bouwactiviteit in de artikelen 2.25 en 2.26 Bbl). Zie in dit geval art. 2.27, lid 2, onder n Bbl.