Over deze interessante rechtsvraag gaf de Afdeling antwoord in een uitspraak van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1377. De Afdeling stelt vast dat op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel 18 van Bijlage II van het Bor, voor het bouwen van het transformatorstation en het voor dit transformatorstation gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of c, van de Wabo is vereist. Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen (AVKL) is voor het plaatsen van een transformatorstation wel een vergunning vereist.

Voor de beantwoording van de vraag of een gemeentelijke verordening in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet is vastgesteld, is het noodzakelijk om vast te stellen of de verordening in hetzelfde onderwerp voorziet als een wet in formele zin, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening (samen: hogere regeling). Er is sprake van eenzelfde onderwerp in de zin van dat artikel, als de verordening en de hogere regeling beide met hetzelfde motief zijn vastgesteld en zien op hetzelfde object. Dat laatste wil zeggen, dezelfde genormeerde gedraging. Als de verordening in die zin voorziet in hetzelfde onderwerp als de hogere regeling en daarmee in strijd is, dan is de verordening in strijd met artikel 121 van de Gemeentewet vastgesteld.
Hoewel de Afdeling, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat beide regelingen wel zien op hetzelfde object, heeft de rechtbank terecht overwogen dat beide regelingen met een ander motief zijn vastgesteld, zodat er geen sprake is van hetzelfde onderwerp in de zin van artikel 121 van de Gemeentewet. Hiertoe overweegt de Afdeling als volgt.
De Wabo/het Bor zien op activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving. Daaronder valt ook het plaatsen van een transformatorstation, wat in artikel 5, eerste lid, van de AVKL wordt genormeerd. Het feit dat de AVKL daarnaast ook andere activiteiten van netbeheerders reguleert, maakt dit niet anders. De Afdeling oordeelt daarom, anders dan de rechtbank, dat beide regelingen zien op dezelfde genormeerde gedraging en daarmee op hetzelfde object.
Maar dit betekent naar het oordeel van de Afdeling nog niet dat sprake is van hetzelfde onderwerp in de zin van artikel 121 van de Gemeentewet, omdat beide regelingen, voor zover hier relevant, zijn vastgesteld met ander motief. De rechtbank oordeelde in gelijke zin. Uit de toelichting van de AVKL volgt namelijk dat deze ook het uniform regelen van de regie en coördinatie met betrekking tot werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen, en de minimalisatie van overlast en maatschappelijke kosten ten gevolge van werkzaamheden in de publieke ruimte tot doel heeft. De raad heeft daarnaast op de zitting toegelicht dat het motief voor de vaststelling van de vergunningplicht in het AVKL is gelegen in de wens om meer controle over ingrijpende werkzaamheden te krijgen, zodat vanuit de gemeente gecoördineerd kan worden door wie, waar en wanneer deze werkzaamheden worden uitgevoerd, waarmee de overlast en maatschappelijke kosten geminimaliseerd kunnen worden. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, reguleren de Wabo/het Bor activiteiten die van invloed kunnen zijn op de (inrichting van) de fysieke leefomgeving, zodat deze geen onaanvaardbare afbreuk doen aan een goede woon- en leefomgeving. Bij een bouw- of een gebruiksactiviteit, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c, van de Wabo, gaat het ook om regulering uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Het motief van de regeling in de AVKL, te weten, de coördinatie van werkzaamheden in de publieke ruimte ter voorkoming van overlast, is geen motief waarop de Wabo/het Bor zien, zodat deze coördinatie dan ook niet door de Wabo/het Bor gereguleerd wordt.
Het feit dat volgens Liander N.V. voor het plaatsen van een transformatorstation geen ondergrondse werkzaamheden gecoördineerd hoeven te worden, en dat het verkeer daarbij zelden verstoord wordt, maakt dit naar het oordeel van de Afdeling niet anders. Dat in een concreet geval coördinatie mogelijk minder nodig is of het verstoren van het verkeer minder aan de orde is, doet namelijk niet af aan de motieven van de raad voor regulering in de AVKL. Daarnaast volgt uit de bij de AVKL en op de zitting gegeven toelichting dat de reden voor de regulering van het plaatsen van een transformatorstation gelegen is in de wens om de werkzaamheden in de publieke ruimte vanuit de gemeente te kunnen coördineren. De rechtbank heeft in dit kader terecht overwogen dat dit ook volgt uit de weigeringsgronden uit artikel 8 van de AVKL. Anders dan Liander N.V. betoogt, zien deze weigeringsgronden voornamelijk op het voorkomen van overlast en het coördineren van werkzaamheden in verband met andere werkzaamheden en evenementen.
Y. Schönfeld:
Wil je weten of een transformatorhuisje onder de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl (voor de bouwtechnische activiteit en de omgevingsplanactiviteit bouwen) ook vergunningvrij is, lees dan mijn blogartikel hierover.