Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uit besluit moet duidelijk blijken welke omgevingsplanactiviteit wordt vergund: wat was vergund: een aanlegactiviteit of een BOPA?

In de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1847, was de situatie aan de orde dat uit het verleende besluit tot verlening van een omgevingsvergunning (ten behoeve van het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark) voor een omgevingsplanactiviteit niet duidelijk was voor wel soort omgevingsplanactiviteit de vergunning is verleend.

20 May 2026

De motivering van de verleende vergunning is beperkt tot een verwijzing naar art. 5.1 v.d. Omgevingswet en het Omgevingsplan. Daarmee is volstrekt onduidelijk voor welke activiteiten vergunning is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast, mede gelet op de ingediende aanvraag, dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is; in het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen.

Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan geldt op het perceel de bestemming “Sport”. Op grond van de planregels zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen en water. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt het plaatsen van het geluidscherm niet onder de bestemmingsomschrijving, omdat het geluidscherm niet kan worden aangemerkt als een binnen- en buitensportvoorziening of een speelvoorziening. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeksters er in dit verband terecht op wijzen dat het geluidscherm een zelfstandige bouwkundige voorziening is die erop gericht is om de milieugevolgen van het sportpark richting de omgeving te beperken en niet op het faciliteren van de sportbeoefening zelf. Gelet op de strijdigheid met de planregels is voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in art. 5.1, lid 1, onder a Ow. Omdat sprake is van een BOPA geldt daarbij gelet op art. 8.0a, lid 2 Bkl, dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met het oog op ETFAL.

UITGEBREIDERE OVERWEGINGEN

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om schorsing van de omgevingsvergunning die is verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark van vergunninghoudster aan de [adres] (het sportpark) in Veendam.

Bij het bestreden besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark. Verzoeksters hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidsscherm te schorsen totdat op de bezwaren is beslist.

Vergunninghoudster heeft op 2 september 2025 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor uitbreiding van het sportpark door het realiseren van twee padelbanen. Op dezelfde datum heeft vergunninghoudster een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een geluidscherm.

Bij primair besluit van 25 februari 2026 heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van twee padelbanen op het sportpark. In die vergunning is als voorschrift opgenomen dat de banen niet eerder in gebruik mogen worden genomen ‘dan nadat het geluidscherm gereed is’.

Bij het bestreden besluit heeft het college aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een geluidscherm op het sportpark.

Vergunningplichten in de Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet geldt een systeem waarin meerdere vergunningen benodigd kunnen zijn. Anders dan in het verleden geldt daarbij geen onlosmakelijke samenhang of aanhaakverplichting: vergunningen voor de te onderscheiden activiteiten kunnen los van elkaar worden aangevraagd en verleend. In deze zaak zijn de volgende activiteiten van belang.

Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder de ‘omgevingsplanactiviteit’ wordt op grond van bijlage A behorend bij artikel 1.1 van de Ow verstaan een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en/of waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten.

Met de inwerkingtreding van de Ow heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente ( zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Ow in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden.

Daarnaast is op grond van de Ow voor aangewezen bouwwerken een vergunning vereist voor zogenoemde ‘technische bouwactiviteiten’. Dat volgt uit artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Ow. De aanwijzing van bouwwerken waarvoor een vergunningplicht geldt is gebeurd in de artikelen 2.25 en verder van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

De verleende omgevingsvergunning voor het geluidscherm

De motivering van de verleende vergunning is beperkt tot een verwijzing naar artikel 5.1 van de Ow en het Omgevingsplan. Daarmee is volstrekt onduidelijk voor welke activiteiten vergunning is verleend. De voorzieningenrechter stelt vast, mede gelet op de ingediende aanvraag, dat het college een omgevingsvergunning heeft verleend voor de activiteit ‘werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid uitvoeren’ (aanlegactiviteiten). Een vergunning voor aanlegactiviteiten is alleen vereist als deze werkzaamheden moeten worden aangemerkt als omgevingsplanactiviteit. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is; in het bestemmingsplan staat geen enkele beperking of eis voor aanlegactiviteiten. Dit brengt met zich dat de door het college verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van het geluidscherm in dit geval niet nodig is. Hieruit volgt dat verzoeksters met de gevraagde schorsing van het bestreden besluit niet kunnen bereiken wat zij beogen, namelijk het tegenhouden van het plaatsen van het geluidscherm om daarmee intensiveren van padelactiviteiten op het sportpark te voorkomen. Dit betekent dat verzoekers geen belang hebben bij schorsing van de omgevingsvergunning voor het geluidscherm. Daarom wordt gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Overweging ten overvloede

De conclusie in het bovenstaande sluit niet uit dat voor plaatsing van het geluidscherm andere vergunningen zijn vereist. Uitsluitend ter informatie van partijen gaat de voorzieningenrechter in het onderstaande in op de vraag of voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is en daarna of een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig is.

Is een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig?

Volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan (het bestemmingsplan “Buitenwoel”) geldt op het perceel de bestemming “Sport”. Op grond van artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de gronden bestemd voor binnen- en buitensportvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, speelvoorzieningen en groenvoorzieningen en water. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt het plaatsen van het geluidscherm niet onder de bestemmingsomschrijving, als bedoeld in artikel 13.1 van de planregels, omdat het geluidscherm niet kan worden aangemerkt als een binnen- en buitensportvoorziening of een speelvoorziening. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeksters er in dit verband terecht op wijzen dat het geluidscherm een zelfstandige bouwkundige voorziening is die erop gericht is om de milieugevolgen van het sportpark richting de omgeving te beperken en niet op het faciliteren van de sportbeoefening zelf. Gelet op de strijdigheid met artikel 13.1 van de planregels van dit bestemmingsplan is voor het plaatsen van het geluidscherm een omgevingsvergunning vereist voor een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid en onder a, van de Ow. Omdat sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt daarbij gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat een omgevingsvergunning alleen kan worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Is een omgevingsvergunning voor een ’technische bouwactiviteit’ nodig?

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is voor het plaatsen van het geluidscherm geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid en onder a, van de Ow, vereist. De vergunningplicht geldt zoals gezegd alleen voor in het Bbl aangewezen bouwwerken. Uit artikel 2.26, eerste lid, aanhef en onder a, van het Bbl volgt dat er geen omgevingsvergunningplicht geldt voor een bouwwerk zonder dak dat niet hoger is dan 5 meter. Verder is geen sprake van een erf- of perceelafscheiding, waarvoor ingevolge artikel 2.26, tweede lid, aanhef en onder c, van het Bbl een vergunning is vereist als de afscheiding hoger is dan 2 meter. Daarbij wordt verwezen naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:410).

Artikel delen