Rechtbank Oost-Brabant 16 april 2025, ECLI:NL:RBOBR:2026:2207. Eiseres heeft op 9 januari 2025 verzocht om intrekking van de natuurvergunning van 28 maart 2017 voor de veehouderij aan de [adres] in [vestigingsplaats].

Op de voorbereiding op deze beschikking op aanvraag is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing (op grond van art. 16.65 van Omgevingswet en art. 10.24, lid 1, onder j Omgevingsbesluit). Daarom geldt op grond van artikel 3:18, derde lid, van de Awb in deze procedure een beslistermijn van uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit.
Dat betekent niet dat het bestuursorgaan gedurende onbepaalde tijd kan wachten met de terinzagelegging van het ontwerp. De in artikel 3:18, eerste lid, van de Awb genoemde termijn van zes maanden na ontvangst van de aanvraag geldt hierbij als een maximale termijn die niet wordt verlengd (Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 maart 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA5884). De termijn waarbinnen het college moet beslissen is inmiddels voorbij.
Op grond van art. 8:55d, lid 1 Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak.
In deze zaak is er aanleiding om een langere termijn te geven dan twee weken. Voordat het college een besluit kan nemen, moet het namelijk eerst een ontwerpbesluit gedurende een periode van zes weken ter inzage leggen. Die termijn is bestemd om het bredere publiek in de gelegenheid te stellen om inspraak te leveren. Dat recht moet ten volle worden gerespecteerd. Het college moet vervolgens afwachten welke zienswijzen worden ingediend. Daarna kan hij pas een besluit nemen. Het college krijgt daarom negen weken om een besluit te nemen, rekening houdend met één week voor de afronding van het ontwerpbesluit, zes weken voor de terinzagelegging en twee weken voor afronding van het definitieve besluit.
De rechtbank realiseert zich dat deze termijn korter is dan de termijn van twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, zoals deze is opgenomen in art. 3:18, lid 3 Awb. Het college heeft inmiddels echter al meer dan vijftien maanden de tijd gehad om een ontwerpbesluit voor te bereiden.