Rechtbank Midden-Nederland 27 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2025:7570. Deze uitspraak gaat over het beroep tegen het besluit van het college waardoor vergunninghouder een omgevingsvergunning heeft verkregen voor het slopen van bestaande bebouwing en het bouwen en gebruiken van zes patiowoningen. Omdat de aanvraag om de omgevingsvergunning vóór die datum is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing.

Eiseres voert aan dat de verbindingsweg naar de patiowoningen te smal is. De weg moet minimaal 4.50 meter breed zijn volgens de handreiking Blusvoorzieningen en de weg is maar 3.17 meter breed. Hierdoor is het bouwplan in strijd met artikel 6.37 van het Bouwbesluit. Blusvoertuigen kunnen er niet staan als er een calamiteit is en zij kunnen daar ook niet keren. De gestelde voorwaarde in de vergunning, namelijk dat de begroeiing moet worden onderhouden, is niet uitvoerbaar.
De brandweer heeft de feitelijke situatie beoordeeld en positief geadviseerd over de bereikbaarheid van de woningen via de verbindingsweg. Wat betreft het bijhouden van de begroeiing, voert het college aan dat toekomstige eigenaren aangeschreven kunnen worden op grond van artikel 22.14 van het hashtag#omgevingsplan.
Het gaat eiseres erom dat het gehele terrein voor de brandweer en andere hulpdiensten bereikbaar zal zijn in geval van een calamiteit.
De rechtbank stelt verder vast dat uit de stukken volgt dat de brandweer naar de betreffende locatie is gegaan en de verbindingsweg heeft geïnspecteerd om te bepalen of deze in de praktijk voldoet aan de bereikbaarheidseisen en of de patiowoningen zelf bereikbaar zijn voor de brandweer. Uit de brief van 13 januari 2025 naar aanleiding van deze inspectie volgt dat zelfs het smalste gedeelte van de verbindingsweg voor blusvoertuigen breed genoeg is mits het onderhoud van de begroeiing wordt bijgehouden. Gelet op vaste jurisprudentie mag het college aan deze verklaring van de brandweer waarde hechten, omdat deze specifiek juist voor deze situatie is afgegeven.
De rechtbank stelt vast dat het onderhouden van de begroeiing als voorwaarde is verbonden aan de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank kan het college volgen dat toekomstige eigenaren voor het bijhouden van de begroeiing aangeschreven kunnen worden op grond van artikel 22.14 van het omgevingsplan.