Deze uitspraak gaat over een handhavingsbesluit met verschillende lasten onder dwangsom vanwege het verbouwen van de voormalige bibliotheek in strijd met de voorschriften van de daarvoor verleende omgevingsvergunning.

Eiseres betoogt dat er geen grond is om haar als overtreder aan te merken. Eiseres had niet als vergunninghouder aangeschreven kunnen worden omdat zij geen vergunninghouder is. Volgens eiseres is en blijft [naam bedrijf] vergunninghouder en verantwoordelijk voor de verbouwing.
In art. 5.5, lid 2, onder c Omgevingswet is bepaald dat het verboden is te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit.
In art. 5.37 Ow is bepaald:
1. Een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft. Diegene is vergunninghouder en draagt zorg voor de naleving van de vergunningvoorschriften.
2. Als een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, informeert de aanvrager respectievelijk de vergunninghouder ten minste vier weken van tevoren het bevoegd gezag daarover.
De rb. is van oordeel dat het college eiseres terecht als vergunninghouder heeft aangemerkt. Een omgevingsvergunning is een zaaksgebonden vergunning. Volgens vaste rechtspraak moet het begrip ‘vergunninghouder’ in ruime zin worden opgevat. Uit de Memorie van Toelichting op de Wabo volgde dat de tweede volzin van art. 2.25, lid 1 Wabo moet worden gelezen in samenhang met de eerste volzin van dat artikellid en dat het in de tweede volzin gebezigde begrip "vergunninghouder". Onder dat begrip moet hier worden verstaan degene die het project uitvoert, dat wil zeggen degene die voor die uitvoering verantwoordelijk is en voor wie de omgevingsvergunning daarom geldt.
Inmiddels is de Wabo opgevolgd door de Ow. Uit een vergelijking tussen art. 2.25 Wabo (oud recht) en art. 5.37 Ow is niet gebleken dat er sprake is van een ander regime onder de Omgevingswet.
In dit geval is eiseres als eigenaresse van het pand verantwoordelijk voor de uitvoering van het project en kan zij dus als vergunninghouder en ook als overtreder worden aangemerkt. Voor zover er tussen eiseres en [naam bedrijf] privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt over de uitvoering van het project is dat in dit verband niet van belang. Deze privaatrechtelijke afspraken doen namelijk niet af aan de bestuursrechtelijke status van eiseres als vergunninghouder. De rechtbank is verder van oordeel dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseres het in haar macht heeft om te voldoen aan de lasten onder dwangsom.