Verzoekster betoogt dat ten onrechte een omgevingsvergunning is verleend. Daartoe voert ze aan dat de sloopwerkzaamheden en het daarbij behorende bouwverkeer negatieve gevolgen heeft voor de omgeving in de vorm van stofhinder, trillingshinder en verkeershinder. Zij vreest dat tijdens de sloopwerkzaamheden de luchtkwaliteit bij de omliggende woningen ernstig verslechtert. Verzoekster heeft op de zitting het verzoek verder toegelicht en gewezen op de procedure tot herziening van het omgevingsplan en de negatieve ruimtelijke gevolgen van de plannen voor de nieuwbouw op deze locatie.

De rb. is oordeelt dat het college op goede gronden de omgevingsvergunning voor de sloop heeft kunnen verlenen. Het is duidelijk dat voor de sloop en de nieuwbouw voor verschillende activiteiten vergunningen nodig zijn. Onder de Omgevingswet heeft de wetgever ervoor gekozen dat de aanvrager zelf bepaalt voor welke activiteiten hij wel en niet gelijktijdig een aanvraag doet. Het college kan daarom in deze procedure alleen kijken naar deze aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het slopen in beschermd stadsgezicht.
Dat is een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit omdat in het omgevingsplan een regeling is neergelegd dat het slopen in het aangewezen beschermd stadsgezicht zonder vergunning is verboden. Zo’n omgevingsvergunning wordt verleend, indien door het slopen het aanzien en/of de karakteristiek van het beschermd stadsgezicht niet of niet in betekende mate wordt geschaad.
Het college hoefde dus alleen te beoordelen wat de gevolgen van de sloop van het gebouw zijn voor de waarde van het beschermd stadsgezicht. Het college heeft daarom terecht geen rekening gehouden met de bezwaren van verzoekster die gaan over de nieuwbouw na sloop op deze locatie en de eventuele omgevingsvergunningen die hiervoor nodig zijn.
De procedure van de omgevingsplanherziening is voor de sloop verder ook niet van belang.
De gronden die verzoekster aanvoert met betrekking tot de hinder en veiligheid tijdens de sloopwerkzaamheden zien op punten waar het college pas naar kijkt bij een zogeheten sloopmelding. Voor zo’n sloopmelding is geen omgevingsvergunning nodig en daartegen kan ook geen bezwaar worden gemaakt. De rb. heeft begrip voor de zorgen die bij verzoekster leven over de effecten van de sloopwerkzaamheden voor de woonomgeving maar in deze procedure gaat het daar niet over.