Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak onverplicht geval participatie bopa: rechter begrijpt dat eisers ontevreden zijn over uitgevoerde participatie, maar dit heeft geen juridische gevolgen

Rechtbank Gelderland 24 maart 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2322. Het uitgangspunt onder de Omgevingswet is dat participatie door de initiatiefnemer bij omgevingsvergunningen vrijwillig is, maar de gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie een verplicht aanvraagvereiste is (de gemeenteraad heeft deze bevoegdheid op grond van art. 16.55, lid 7 Omgevingswet).

24 March 2026

Samenvattingen

Participatie door vergunninghoudster is in dit geval niet verplicht gesteld door de gemeenteraad. Ook bevat de Omgevingswet geen verplichting voor het college om aan participatie te doen. Kortom; de wet bevat geen verplichting om omwonenden vooraf te betrekken bij dit project. Nu participatie voor dit project niet verplicht is, kan de gestelde omstandigheid dat de participatie gebrekkig was, ook als dat inderdaad zo is, dus niet tot het oordeel leiden dat de omgevingsvergunning om die reden niet verleend had mogen worden.

Participatie door vergunninghoudster is in dit geval niet verplicht gesteld door de gemeenteraad. Ook bevat de Omgevingswet geen verplichting voor het college om aan participatie te doen. Kortom; de wet bevat geen verplichting om omwonenden vooraf te betrekken bij dit project. Nu participatie voor dit project niet verplicht is, kan de gestelde omstandigheid dat de participatie gebrekkig was, ook als dat inderdaad zo is, dus niet tot het oordeel leiden dat de omgevingsvergunning om die reden niet verleend had mogen worden. In dit geval is er dus onverplicht aan participatie gedaan en eisers 1 zijn erg ontevreden over hoe dat traject plaatsvond.

De voorzieningenrechter kan dit begrijpen. Het college heeft op zitting erkend dat omwonenden met een architect hebben gesproken en tot een concreet plan zijn gekomen. Achteraf bleek dat dit plan niet uitvoerbaar was, omdat de voorwaarden die het COA stelt aan een opvanglocatie door de architect niet waren betrokken in dat plan. Het college heeft hier meermaals zijn excuses voor aangeboden. De voorzieningenrechter merkt op dat hij de gevoelens van eisers 1 snapt en dat hij begrijpt dat het frustrerend is dat een concreet plan waarover uitgebreid is meegedacht – in de woorden van eisers 1 – abrupt van tafel is geveegd. Het college zal hier in toekomstige situaties zorgvuldiger mee om moeten gaan. Deze misser van het college kan echter niet tot gevolg hebben dat in dit concrete geval de omgevingsvergunning niet verleend had mogen worden.

Artikel delen