Het college van Molenlanden heeft in 2019 een veelschrijversrichtlijn vastgesteld. Het doel is herhaaldelijke berichten, verzoeken en/of klachten binnen door het college vast te stellen veelschrijversdossiers te kunnen beantwoorden met een algemene boodschap waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat deze berichten, verzoeken en klachten niet verder in behandeling worden genomen.

In een dossier over een burger die zich vaak tot het college wendt in verband met de bedrijfsvoering van een naburige melkveehouderij wordt door het college de richtlijn van toepassing verklaard. Deze burger verzoekt het college de richtlijn in te trekken dan wel subsidiair de van toepassing verklaring van de richtlijn op dit dossier in te trekken. Het college stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een beleidsregel waartegen geen bezwaar open staat. De burger kan, aldus het college, dit opvatten als een weigering een besluit te nemen waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Na bezwaar blijft het college erbij dat handhaving van de veelschrijversrichtlijn zwaarder weegt dan het belang van de burger om de richtlijn in te trekken. Het college stelt wel dat het bezwaar kennelijk gegrond is omdat er een besluit had moeten worden genomen op het ingediende verzoek. Het verzoek wordt dus alsnog afgewezen. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een beleidsregel en er dus geen bezwaar mogelijk is.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling dat de veelschrijversrichtlijn een beleidsregel is. De rechtmatigheid van deze richtlijn kan door de rechter worden getoetst zodra de richtlijn aan de orde is in geval van toepassing in een concreet geval. Het gaat hier, aldus de Afdeling over een richtlijn die door het college is vastgesteld en algemene regels bevat die zich lenen voor herhaalde toepassing. Daarnaast is duidelijk vastgelegd wanneer de richtlijn van toepassing is, onder welke omstandigheden de inhoudelijke behandeling van berichten, verzoeken of klachten niet in verhouding staat tot de inspanning die van een bestuursorgaan mag worden verwacht. Het college kan in individuele gevallen van de richtlijn afwijken. Dat alles kwalificeert, aldus de Afdeling, als een beleidsregel.
Tegen de intrekking van een beleidsregel staat geen bezwaar of beroep open. Dat geldt, aldus de Afdeling, dan ook voor een verzoek tot intrekking ervan. Gelet hierop had het college het bezwaarschrift niet ontvankelijk moeten verklaren.
De Afdeling toetst in deze uitspraak deze richtlijn aan de criteria die gelden voor een beleidsregel en komt tot de conclusie dat de richtlijn moet worden gezien als een beleidsregel. Vervolgens wordt daaruit logischerwijs de conclusie getrokken dat de richtlijn niet open staat voor bezwaar en beroep. Wanneer een appellant wil dat een beleidsregel exceptief getoetst wordt op rechtmatigheid dan kan dat alleen bij toepassing van de beleidsregel in een concreet geval.
De uitspraak lijkt voor de hand liggend te zijn. Echter, toch roept de uitspraak nieuwe vragen op. Zo luidt de vraag: heeft een bestuursorgaan de inherente bevoegdheid om te weigeren om een besluit te nemen en kan die bevoegdheid aan beleidsregels worden onderworpen? Weigeren een besluit te nemen is een bevoegdheid (art.6:2 Awb ) en tegen die weigering kan bezwaar worden gemaakt. Mijns inziens kun je ook beleidsregels maken over de vraag wanneer een bestuursorgaan weigert een besluit te nemen.