Rechtbank Midden-Nederland 16 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:572. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het realiseren van de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser geweigerd, omdat deze in strijd zou zijn met het omgevingsplan en hij op basis van een advies van Stedenbouw geen mogelijkheden zag om hiervan af te wijken.

De rb. is van oordeel dat het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser niet in strijd is met het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Op grond van het omgevingsplan resteert voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser dan alleen nog als weigeringsgrond dat de dakkapel in strijd zou zijn met de redelijke eisen van welstand. Echter in de welstandsnota zijn sinds 2015 de achterzijden van woningen (als deze niet naar het openbaar gebied zijn gekeerd) welstandsvrij verklaard. Op de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn, en de rb. stelt ook vast, dat de achterzijde van de woning van eiser niet naar het openbaar gebied is gekeerd. Dit betekent dat het college niet de mogelijkheid heeft om de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser met welstandsvereisten te reguleren of te weigeren.
De conclusie van het voorgaande is dat op grond van het omgevingsplan geen grond bestaat om de omgevingsvergunning voor een dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser te weigeren. Het college moet de omgevingsvergunning in dat geval verlenen (art. 8.0a, lid 1 Bkl). Het college heeft dan geen beleidsruimte. Dit betekent dat het college ook geen ruimte heeft om te beoordelen of de dakkapel vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenst is of om te beoordelen of de dakkapel voldoet aan de door het college bij het verweerschrift overgelegde interne richtlijn voor dakkapellen. Het college had geen beleidsvrijheid om de omgevingsvergunning te weigeren, omdat deze vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst zou zijn.
De rb. vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de omgevingsvergunning voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser is geweigerd vanwege strijdigheid met het omgevingsplan.
De rb. zal niet zelf in de zaak voorzien, omdat zij geen kennis kan geven van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning (zoals bedoeld in art. 16.64 Ow). De rechtbank bepaalt dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Toevoeging YS: art. 16.64, lid 3 Ow bepaalt dat tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning geeft het bevoegd gezag kennis van dat besluit op de in artikel 12 v.d. Bekendmakingswet bepaalde wijze.