Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak 'opa bouw': gebonden beschikking, dus eventuele privaatrechtelijke belemmering speelt geen rol

Rechtbank Den Haag 19 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4765. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verleende omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op de garage bij een woning. Ingevolge art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.

19 March 2026

Art. 8.0a, lid 1 Bkl luidt: voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, wordt, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de omgevingsvergunning verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning. Op grond van art. 22.26 van het omgevingsplan is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. Art. 22.29 van het omgevingsplan geeft de beoordelingsregels voor de OPA Bouw.

Niet in geschil is dat het bouwplan past binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het bestemmingsplan. Evenmin is in geschil dat het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het bouwplan voldoet daarmee aan de eisen die art. 22.29 van het Omgevingsplan stelt voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit betekent – gelet op art. 8.0a, lid 1 Bkl – dat het college de omgevingsvergunning moest verlenen. Het gaat in dit geval om een zogenoemde gebonden beschikking. Het college had daarom geen ruimte voor het maken van de door verzoeker gewenste nadere belangenafweging.

Dit betekent ook dat het college eventuele privaatrechtelijke belemmeringen met betrekking tot realisatie van het bouwplan – zoals de door verzoeker gevreesde overschrijding van de erfgrens – niet kon betrekken in de besluitvorming. Het beoordelingskader waaraan het college is gebonden bij dit soort vergunningen, biedt hiervoor geen ruimte.

Overigens wordt overwogen dat op de zitting aan de hand van de bouwtekeningen is vastgesteld dat de uitbouw is voorzien op de eigen grond van vergunninghouder en op geen enkel punt raakt aan de erfgrens tussen de beide percelen. Aangezien de bouwtekeningen deel uitmaken van de verleende omgevingsvergunning, moet conform deze tekeningen worden gebouwd. Dit betekent dat niet over de erfgrens mag worden gebouwd. Het college heeft op de zitting bevestigd dat een toezichthouder hierop zal toezien en dat in beginsel handhavend zal worden opgetreden als in afwijking van de bouwtekeningen wordt gebouwd.

Artikel delen