Rechtbank Noord-Holland 12 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2447. Het college herhaalt het standpunt dat het bouwplan binnen het omgevingsplan past en dat de vergunning daarom in principe moet worden verleend. Er is door vergunninghoudster onderzoek uitgevoerd naar het geluid, hoewel dit niet noodzakelijk was voor de beoordeling van de vergunning. Dit is gedaan naar aanleiding van zorgen van omwonenden. Er is niet gebleken dat de aanleg van de padelbanen nadelige gevolgen zou hebben voor eiseressen die niet in verhouding staan tot de met het besluit te dienen doelen.

De rechtbank overweegt dat uit artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl volgt dat als een activiteit niet in strijd is met de regels in het omgevingsplan, de vergunning moet worden verleend. Er is dan sprake van een gebonden beschikking. De regels voor een (binnenplanse) omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen zijn opgenomen in artikel 22.29 van het Omgevingsplan. Uit dit artikel volgt dat de omgevingsvergunning wordt verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die het omgevingsplan stelt voor de activiteit bouwen en als het bouwplan niet in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Er is geen sprake van een bodemgevoelige locatie.
Eiseressen betwisten niet dat het bouwplan voldoet aan artikel 22.29 van het Omgevingsplan. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank het standpunt van het college dat er bij de beoordeling geen ruimte is voor een verdere belangenafweging. Voor zover de beroepsgronden van eiseressen zien op het mogelijk overtreden van de geluidsnormen, de inhoud van het akoestisch rapport en de opmerkingen van de Omgevingsdienst in dit verband, geldt dat deze buiten de omvang van dit geding vallen. De beroepsgrond slaagt niet.