Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak over of APV-bepaling in APV mag blijven staan of in het omgevingsplan had moeten worden opgenomen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant  5 maart 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:1047. In art. 4:6, lid 1 van de APV staat dat het verboden is buiten een inrichting in de zin van de Wm of het Activiteitenbesluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

5 maart 2025

Samenvatting

Samenvatting



De voorzieningenrechter heeft ambtshalve beoordeeld of het verbod uit art. 4:6 APV na de inwerkingtreding van de Ow in de APV geregeld mag blijven.

In art. 2.7, lid 1 Ow staat dat in het Omgevingsbesluit (Ob) gevallen worden aangewezen waarin regels over de fysieke leefomgeving alleen in het omgevingsplan mogen worden opgenomen. Dat betekent dat decentrale regels behorende tot die aan te wijzen gevallen, niet in een (autonome) lokale verordening (zoals de APV) mogen worden opgenomen.

Art. 2.1, lid 1 Ob bevat de aanwijzing van gevallen. In die bepaling staat dat regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen als bedoeld in art. 1.2, lid 3, onder a Ow alleen in het omgevingsplan opgenomen worden. Onder het ‘wijzigen van de fysieke leefomgeving’ wordt in de nota van toelichting bij de Invoeringswet Ow verstaan: regels over activiteiten die direct ingrijpen in de fysieke leefomgeving en die een ‘tastbare’ en ‘blijvende’ verandering in de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben, zowel boven- als ondergronds. Als voorbeelden worden genoemd bouwen en slopen, kappen van bomen, enzovoort.

Uit die nota van toelichting blijkt ook dat uit art. 1.2, lid 3 Ow volgt dat het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving moet worden onderscheiden van regels die gaan over activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt. Omdat het eerste lid van art. 2.1 Ob alleen bepaalt dat regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen in het omgevingsplan moeten worden opgenomen, vallen regels over activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt, niet binnen het bereik van deze bepaling.

Dit brengt bijvoorbeeld met zich dat regels over activiteiten die emissies in de fysieke leefomgeving veroorzaken (zoals geluid, geur of fijn stof) buiten het bereik van deze bepaling vallen. Deze bepaling brengt dus niet met zich dat regels daarover in het omgevingsplan moeten worden opgenomen (Stb. 2020, 400, p. 1701-1706).

Het verbod uit de APV bevat een zodanige regel over een activiteit die emissies in de fysieke leefomgeving veroorzaakt, namelijk geluid. Gelet op het voorgaande valt die regel buiten het bereik van art. 2.1 Ob in samenhang met art. 2.7, lid 1 Ow en is dit een regel die na inwerkingtreding van de Ow in de APV mag blijven staan.

Artikel delen