Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak over toepassing art. 22.29, lid 2, onder b omgevingsplan: ondanks strijdigheid met welstand toch omgevingsvergunning bouwen verlenen?

Rechtbank Noord-Holland 10 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2320. De vraag ligt voor of het college ondanks dat de isolatiewerkzaamheden aan de buitenzijde in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand de omgevingsvergunning toch had dienen te verlenen. Daartoe is het college bevoegd op grond van art. 22.29, lid 2, a onder b van het Omgevingsplan.

11 March 2026

Samenvattingen

Voor de beoordeling van deze grief is vooreerst van belang dat meermaals in de welstandsadviezen is aangegeven dat de woning van binnenuit kan worden geïsoleerd waarbij is opgemerkt dat isoleren aan de binnenzijde gebruikelijk is bij panden met een bescherming en dat er vele ontwerp- en detailleringsoplossingen voorhanden zijn waarbij ter zake ook nadere informatie is gegeven. Er is dus een alternatief voorhanden om een einde te maken aan de gestelde vochtproblemen en koude.

Het betoog van eiseres dat het van binnenuit isoleren een voor haar belastende en dure maatregel is, is niet onbegrijpelijk maar het college heeft in redelijkheid geen aanleiding kunnen zien om het financiële belang van eiseres zwaarder te laten wegen dan het belang van het behoud van de architectonische kwaliteit van de woning in haar bestaande vorm, zoals hiervoor besproken. Naar de rb. heeft begrepen betwist het college in essentie niet dat in zijn algemeenheid het isoleren van een woning aan de buitenzijde de voorkeur verdient maar dat ligt blijkens de welstandsadviezen - uit de aard der zaak - anders als het gaat om de woning die deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht.

Ter zitting is nog aangegeven dat het college bereid is om mee te denken als het gaat om problemen waartegen eiseres aanloopt bij het aanbrengen van binnenisolatie. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat het college in redelijkheid geen doorslaggevende betekenis heeft kunnen hechten aan het belang van eiseres bij het voorkomen van haar (niet medisch onderbouwde) gezondheidsklachten nu zij haar woning van binnen kan isoleren.

Het betoog van eiseres dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar minder bezwarende alternatieven, geen evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt en ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn afwijkingsbevoegdheid op grond van art. 22.29, lid 2 wordt verworpen gelet op hetgeen hiervoor is overwogen. Het college heeft afdoende onderbouwd dat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand en heeft in redelijkheid kunnen besluiten om geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de omgevingsvergunning toch te verlenen.

Artikel delen