Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak over verdubbeling dwangsomhoogte bij nieuwe last nadat eerdere last niet is nageleefd

ABRvS 8 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1795. Voor zover [appellanten] betogen dat de rechtbank de hoogte van de dwangsom onjuist heeft vastgesteld, overweegt de Afdeling als volgt. In de handhavingsmatrix staat dat, wanneer na afloop van de begunstigingstermijn niet aan de opgelegde last is voldaan, opnieuw een last kan worden opgelegd waarbij de dwangsom met maximaal 100 % wordt verhoogd. Zoals eerder is overwogen staat vast dat ten tijde van de controle van 28 april 2022 in het pand aan de [locatie] meer dan één huishouden was gehuisvest. Na de eerste constatering van de overtreding heeft het college aan [appellanten] op 29 oktober 2020 een, inmiddels onherroepelijke, dwangsom van €7.500 opgelegd.

8 April 2026

Samenvattingen

Na de tweede constatering van de overtreding heeft het college vervolgens op 13 juni 2022 een dwangsom van €20.000 opgelegd. De eerste dwangsom wordt volgens de handhavingsmatrix echter met 100% verhoogd waardoor de hoogte van de tweede dwangsom €15.000 bedraagt. De rechtbank heeft de hoogte van deze dwangsom daarom terecht gematigd.

Wat betreft het betoog van [appellanten] dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met de aard van de overtreding en hun zorgvuldigheid overweegt de Afdeling als volgt. In de handhavingsmatrix is al rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan en de houding van de overtreder. Zo is bijvoorbeeld op grond van artikel 3 van de handhavingsmatrix de hoofdregel dat ten eerste een waarschuwing wordt gegeven, voordat een herstelsanctie wordt opgelegd. Ook staat in bijlage 10 van de handhavingsmatrix dat rekening wordt gehouden met recidive door de hoogte van de dwangsom met 100% te verhogen wanneer in de eerste instantie niet aan de last is voldaan om zo een voldoende prikkel te geven om de overtreding te beëindigen.

In dit geval is sprake van recidive en daarom heeft de rechtbank de hoogte van de tweede dwangsom van 13 juni 2022 verdubbeld ten opzichte van de eerste dwangsom van 29 oktober 2020. In wat [appellanten] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank, naast het vaststellen van de hoogte van de dwangsom aan de hand van de handhavingsmatrix, ook de hoogte van de dwangsom had moeten matigen wegens de door [appellanten] geschetste omstandigheden. De rechtbank is daarom terecht tot matiging van de dwangsom, overeenkomstig de handhavingsmatrix, overgegaan.

Wil je meer weten over de bepaling van de dwangsomhoogte? Lees dan mijn noot hieromtrent in de Gemeentestem via https://www.pouderoyentonnaer.nl/

Artikel delen