Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak over verdwijnen onlosmakelijke samenhang tussen door waterschap verleende en door b&w nog te verlenen omgevingsvergunning

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1593. De aanvraag voorziet in het aanbrengen van een dam met duiker, het verlengen van het leggerwater, het aanbrengen van een rioleringsbuis en het plaatsen van een bouwwerk (woning) binnen de beschermingszone van een leggerwater.

18 March 2026

Samenvattingen

Eisers stellen dat de omgevingsvergunning is verleend voor diverse activiteiten, waaronder het bouwen van een bouwwerk en het aanleggen van een uitrit, terwijl de benodigde omgevingsvergunning nog niet door B & W is verleend. De door het waterschap verleende omgevingsvergunning is daarom voorbarig en onnodig. Eisers wijzen erop dat met deze omgevingsvergunning door vergunninghouder onomkeerbare schade wordt toegebracht aan het perceel, de aangrenzende watergang en de aanwezige beplanting. Dit had door het waterschap ook ondervangen kunnen worden door passende voorschriften in de vergunning op te nemen, zoals de voorwaarde dat vergunninghouder alleen gebruik mag maken van de vergunning zodra de door het college te verlenen omgevingsvergunning onherroepelijk is.

Het waterschap stelt dat regelgeving en ambtelijk advies van de gemeente niet tot het beoordelingskader van het waterschap behoort, en dus niet bij de beoordeling kan worden betrokken. Een vergunning kan niet worden geweigerd omdat een ander bevoegd gezag een andere vergunning voor hetzelfde plan mogelijk niet gaat verlenen. Dat komt voor rekening en risico van de aanvrager.

De rb. ziet in hetgeen eisers hebben aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat het waterschap de vergunning nog niet mocht verlenen. Art. 5.7 Omgevingswet maakt het mogelijk om omgevingsvergunningen voor verschillende activiteiten los van elkaar aan te vragen. Een initiatiefnemer kan dus een gesplitste aanvraag indienen, waarbij twee bestuursorganen ieder zelfstandig besluiten op de voorliggende aanvragen.

Waterschappen kunnen als functionele bestuursorganen geen bevoegdheden uitoefenen die buiten hun takenpakket vallen en kunnen zonder deze scheiding niet besluiten op meervoudige aanvragen waarbij andere dan wateractiviteiten zijn betrokken.

Het is aan de aanvrager om te bepalen waarvoor en wanneer hij een bepaalde vergunning wil aanvragen. De rb. begrijpt uit hetgeen eisers hebben aangevoerd dat B & W nog moet beslissen over de aangevraagde bouwvergunning en dat eisers in elk geval bezwaren hebben tegen het verlenen daarvan. Op een geschil over het al dan niet verlenen van die vergunning kan de rb. in deze procedure, gelet op het systeem van de wet, niet vooruitlopen. Voor deze situatie geldt bovendien geen verplichte coördinatie tussen de vergunning voor de wateractiviteit en de vergunning voor het bouwen.

Artikel delen