Rechtbank Den Haag 12 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4170. Artikel 22.26 van het omgevingsplan bevat een verbod om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken (de omgevingsplanactiviteit bouwwerken). Artikel 22.27 van het omgevingsplan maakt op dit verbod een uitzondering, in het geval een bouwwerk voldoet aan de voorwaarden uit dat artikel. Voor die bouwwerken is geen omgevingsvergunning vereist, mits ze in overeenstemming zijn met het omgevingsplan.

Eiser heeft niet gemotiveerd bestreden dat de aanbouw voldoet aan zowel de voorwaarden uit artikel 22.27, aanhef en onder a, van het omgevingsplan als aan de bouw- en gebruiksregels van artikel 15 van het bestemmingsplan, met uitzondering van artikel 15.2.2, aanhef en onder c, van het bestemmingsplan. Hierboven heeft de rechtbank al overwogen dat eiser niet wordt gevolgd in zijn betoog over die bepaling. Dat betekent dat de aanbouw voldoet aan de voorwaarden van artikel 22.27 van het omgevingsplan. De aanbouw mocht daarom worden opgericht en in stand worden gehouden zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
Dat de aanbouw is gerealiseerd binnen het rijksbeschermd stadsgezicht ‘Leiden binnen de Singels’ doet aan het voorgaande niet af. Weliswaar beperkt artikel 22.28 van het omgevingsplan de mogelijkheden om binnen een rijksbeschermd stadsgezicht omgevingsvergunningvrij te bouwen, maar niet in geschil is dat sprake is van een bouwwerk als bedoeld in artikel 22.28, derde lid, aanhef en onder c, van het omgevingsplan (toevoeging YS: in dit artikellid wordt bepaald dat op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: (...) c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd).
Dat betekent dat artikel 22.27 van het omgevingsplan onverkort van toepassing is. Gelet op het voorgaande heeft het college terecht aangenomen dat de aanbouw omgevingsvergunningvrij mocht worden opgericht en in stand mag worden gehouden. Dat betekent dat geen sprake is van een overtreding waartegen handhavend kon worden opgetreden. Het handhavingsverzoek van eiser is daarom terecht afgewezen.