Eisers voeren aan dat de schuur en overkapping vergunningsvrij zijn, waardoor het college het bestreden besluit ten onrechte heeft genomen. De berekening van het college, waaruit volgt dat eisers geen vierkante meters over hebben voor vergunningsvrij bouwen in het achtererfgebied, klopt volgens eisers niet, omdat het college de oorspronkelijke garage buiten beschouwing had moeten laten. De oorspronkelijke garage is volgens eisers onderdeel van het hoofdgebouw geworden en heeft de functie van een bijkeuken.

Op het bestreden besluit is de Omgevingswet van toepassing is. Het Omgevingsplan bepaalt dat een percentage van het bebouwingsgebied mag worden bebouwd met vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken (art. 22.36, onder a omgevingsplan).
De rb. is van oordeel dat voor vergunningsvrij bouwen wordt gekeken naar het oorspronkelijke hoofdgebouw en niet naar de planologische situatie. In het Omgevingsplan is bebouwingsgebied gedefinieerd als ‘achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw’. Dat voor vergunningsvrij bouwen wordt gekeken naar de grond, met uitzondering van de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw, is ook in rechtspraak van de ABRvS bevestigd. Eisers hebben niet betwist dat de oorspronkelijke garage niet is vergund als onderdeel van het hoofdgebouw. Eisers hebben de schuur met kap en de overkapping/veranda gebouwd zonder omgevingsvergunning. Dit is een overtreding van art. 5.1, lid 1, onder a, en art. 5.6 Ow.
Eisers voeren ook aan dat de nokhoogte van de schuur vergunningsvrij is, omdat het college ten onrechte de rioolput in de straat als peil heeft genomen, terwijl dit de aangrenzende grond dient te zijn, en vergunningsvrij een overschrijding van 10% v.d. nokhoogte is toegestaan.
Omdat een omgevingsvergunning nodig is, wordt de bouwhoogte gemeten volgens de regels van het tijdelijk deel v.h. Omgevingsplan, vastgelegd in het bestemmingsplan. Hierin is opgenomen dat het peil wordt gemeten vanaf de hoogte van de kruin van de weg. Dat is niet het geval, wanneer de schuur vergunningsvrij zou zijn. Zou de schuur vergunningsvrij zijn, dan wordt de nokhoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein (art. 22.24 Omgevingsplan). Het college heeft de bouwhoogte gemeten van de rioolput in de straat, omdat dit volgens het college de kruin van de weg is. Volgens het college is de nokhoogte van de schuur, gemeten volgens de meetmethode van het Omgevingsplan, meer dan 5 meter. Dat betekent dat de schuur ook vanwege de nokhoogte niet vergunningsvrij is (Art. 5.1, lid 2, onder a Ow, art. 2.25 Bbl en artt. 22.26 en 22.27 Omgevingsplan).