Al eerder (Rb. Gelderland 9 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3574 + Rb. Zeeland West-Brabant 5 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6636) is uitgesproken dat alhoewel de onlosmakelijke samenhang onder de Omgevingswet is komen te vervallen er bij de BOPA in het kader van de ETFAL-toetsing wel getoetst moet worden of er geen beletselen zijn i.v.m. de uitvoerbaarheid vanwege een noodzakelijke Natura 2000-activiteit.

Nu is op 13 maart 2026 door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2026:1349) een vergelijkbare uitspraak gedaan voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit (waar gezien art. 22.281 bruidsschat nog beleidsvrijheid bestaat en dus ook aan ETFAL moet worden getoetst).
Onder de Ow is de onlosmakelijke samenhang komen te vervallen. De aanvrager bepaalt zelf voor welke activiteiten hij wel en niet gelijktijdig een aanvraag doet. Verzoekster meent dat voor de bouw van het distributiecentrum óók een omgevingsvergunning voor een Natura2000 activiteit noodzakelijk is. Bij de bouw en het gebruik komt immers stikstof vrij die invloed kan hebben op Natura2000 gebieden. Dat is echter niet de activiteit waarvoor hier vergunning is gevraagd en gekregen.
In deze procedure ligt alleen de omgevingsvergunning voor de gevraagde en verleende activiteiten ter beoordeling voor. De vzr. kan zich niet uitlaten over de vraag of een omgevingsvergunning voor een andere activiteit noodzakelijk is en of zo’n vergunning kan worden verleend. Zelfs als hij zou vinden dat naar zijn voorlopig oordeel voor het bouwen van een distributiecentrum ook nog een omgevingsvergunning voor de Natura2000 activiteit moet worden aangevraagd en verleend, tast dit de rechtmatigheid van de voorliggende vergunning niet aan.
Omdat het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit moet bij de beoordeling van ETFAL wel worden gemotiveerd waarom de Natura2000-activiteit niet op voorhand de uitvoering onmogelijk maakt. Dit kan betekenen dat een vergunning niet kan worden verleend als evident is dat de vergunde ontwikkeling niet plaats kan vinden omdat een vereiste vergunning voor een Natura2000-activiteit niet kan worden verleend.
De vzr. constateert enerzijds dat de hiervoor relevante afwijking slechts bestaat uit een 40 cm hogere bouwhoogte en een perceelafscheiding die 1 meter hoger wordt dan rechtstreeks passend in het omgevingsplan en dat er anderzijds een stikstofberekening ligt en een rapport van bevindingen van de ODBN waarin wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een vergunningplicht voor een Natura2000-activiteit. Verzoekers plaatsen hier kritische kanttekeningen bij. Dit maakt dat het niet evident is dat er toch een vergunning voor een Natura2000-activiteit nodig is.