Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Vallen plantenbakken onder 'tuinmeubilair' zoals bedoeld in art. 2.29 bbl?

Rechtbank Noord-Holland 30 maart 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3064. Is voor het plaatsen v.d. plantenbakken de vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit van art. 5.1, lid 1, onder a Ow van toepassing? Daarvoor is van belang of het bestemmingsplan een relevante regeling bevat die ziet op plantenbakken aldaar. In het bestemmingsplan is aan de gronden waarop de plantenbakken staan de bestemming Groen toegekend, welke gronden onder meer bestemd zijn voor plantsoenen, groenvoorzieningen en beplantingen waarbinnen de plantenbakken op het eerste gezicht lijken te passen.

30 March 2026

Samenvattingen

Op deze gronden mag echter niet worden gebouwd. Omdat de plantenbakken geen bouwwerken zijn, geldt daarvoor het bouwverbod uit het bestemmingsplan dus niet. Reeds daarom valt niet in te zien dat het hebben van de plantenbakken op die plek vergunningplichtig zou zijn. Het hebben van de plantenbakken daar betreft immers geen omgevingsplanactiviteit.

Daar komt nog bij dat, zou wel sprake zijn van bouwwerken, o.g.v. art. 2.29, onder h, Bbl het verbod, bedoeld in art. 5.1, lid 1 onder a Ow, om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten, niet geldt voor een omgevingsplanactiviteit voor zover de activiteit betrekking heeft op tuinmeubilair, als dat niet hoger is dan 2,5 m.

In het Bbl is niet nader gedefinieerd wat moet worden verstaan onder tuinmeubilair. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat planten- en/of bloembakken als tuinmeubilair kunnen worden aangemerkt. Het parkeerperceel en daarbinnen het gebied met de bestemming Groen, dat aan het pand grenst, is weliswaar op het eerste gezicht geen tuin volgens de omschrijving die daaraan volgens het "Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal" in het normaal spraakgebruik wordt gegeven. In dit specifieke geval ziet de rechtbank echter overeenkomsten en daarmee aanknopingspunten om, zoals verweerder op de zitting heeft betoogd, het perceel met een tuin gelijk te stellen.

Het perceel is (nog) niet expliciet opengesteld voor publiek gebruik, noch is het als zodanig ingericht. De eigenaar van het perceel, de gemeente Bergen, heeft door middel van hekwerken en andere afscheidingsvoorzieningen juist beoogd te voorkomen dat derden zonder haar toestemming het terrein betreden. En op de strook grond tieren uitsluitend planten welig. Dat eiseres, althans haar huurder, het hekwerk langs de strook grond deels heeft weggezaagd en het perceel zonder toestemming van de eigenaar als in- en uitrit is gaan gebruiken, maakt nog niet dat het niet meer als tuin functioneert en een openbaar stuk grond is geworden met een ander toegestaan gebruik. Het gegeven dat het perceel de bestemming ‘Groen’ heeft, is overigens een reden te meer om het feitelijk gebruik als gemeentelijke tuin te zien.

Artikel delen