Uit de uitspraak van 14 april 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:9100) van de Rechtbank Den Haag volgt dat het antwoord op de vraag of het bestuursorgaan in zijn beslissing op een op de Wet open overheid (“Woo”) gebaseerd verzoek om openbaarmaking de zoekslagen naar documenten die binnen de reikwijdte van dat verzoek vallen voldoende inzichtelijk heeft gemaakt van geval tot geval moet worden beoordeeld. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over de vraag of de staatssecretaris van Financiën de gemaakte zoekslagen zorgvuldig had uitgevoerd en voldoende inzichtelijk had gemaakt in het bestreden Woo-besluit.

Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. De rechtbank overweegt dat uit Afdelingsrechtspraak volgt dat een bestuursorgaan het voldoende inzichtelijk maken van de zoekslag kan bewerkstelligen door bijvoorbeeld specifiek te vermelden welke systemen zijn geraadpleegd, welke zoektermen zijn gehanteerd voor het zoeken naar documenten in die systemen, welke specifieke vragen de volgens het bestuursorgaan relevante personen hebben meegekregen en welke schifting in de door die personen aangedragen documenten is gemaakt (vgl. de uitspraak van 31 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:367). Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat verweerder verplicht is om de gehele methode van zoeken naar documenten op alle voornoemde aspecten tot in detail toe te lichten en dat het niet of slechts summier toelichten van de zoekslag op een of enkele van deze aspecten onmiddellijk leidt tot een zorgvuldigheidsgebrek. Het gaat er volgens de rechtbank om dat de zoekslag voldoende inzichtelijk is; dit moet van geval tot geval worden beoordeeld. Volgens de rechtbank bestaat in dit geval geen grond voor het oordeel dat de staatssecretaris verplicht was een overzicht te maken van alle bij de zoekslag aangetroffen documenten en daarbij aan te geven of deze wel of niet zijn afgevallen na het maken van de schifting. Uit de hiervoor aangehaalde Afdelingsjurisprudentie volgt namelijk slechts dat een bestuursorgaan, gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel van art. 3:2 Awb, de verrichte zoekslag voldoende inzichtelijk dient te maken en daarbij bijvoorbeeld aandacht kan besteden aan de schifting van de aangetroffen documenten. De rechtbank ziet hierin geen verplichting voor de staatssecretaris om dat ook in dit geval te doen.