In een recent gepubliceerde uitspraak gaat de rechtbank Noord-Nederland in op de vraag of een natuurvergunning voor het uitbreiden van een inrichting met een vierde verbrandingsinstallatie was gebaseerd op een passende beoordeling die voldoende op het concrete plan was toegespitst.

Wat speelde er?
Het college had een passende beoordeling gemaakt voor de derde verbrandingslijn. Deze passende beoordeling was een aanvulling op de passende beoordeling die is gemaakt voor de eerste en tweede verbrandingslijn. Voor de aanvraag van de vierde lijn heeft het college daar weer een aanvulling op laten maken.
De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een passende beoordeling waaruit de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van betrokken Natura 2000-gebieden niet zal worden aangetast. Daarmee is het bestreden besluit in strijd met artikel 2.8, derde lid, van de Wnb. Daarbij overweegt de rechtbank het volgende.
Er is geen sprake van een passende beoordeling die voldoende op het concrete plan is toegespitst. Alhoewel de rechtbank goed mogelijk acht dat een passende beoordeling in diverse documenten tezamen ligt besloten, is er thans geen sprake van een passende beoordeling die - zoals die verplichting volgt uit o.a. de 18-december-uitspraken - het gehele project na wijziging beschrijft en beoordeelt.
Anders dan verweerder stelt, volgt uit de Natuurtoets niet een (integrale) beoordeling waaruit kan worden afgeleid dat de Update 3de lijn ook na toevoeging van een vierde installatie voor het gehele project de passende beoordeling vormt voor ‘andere stoffen’.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een versnipperde beoordeling, waarbij het ontbreekt aan een complete en totale analyse van een ter zake kundige.
Kortom: een passende beoordeling mag in diverse documenten tezamen besloten liggen, maar moet wel het gehele project na wijziging beschrijven en beoordelen. Als sprake is van een versnipperde beoordeling en een complete en totale analyse van een ter zake kundige ontbreekt, volstaat dat niet.