Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Vertrouwen ontlenen aan principebesluiten, maar... niet aan de raad toe te rekenen

Appellant heeft na een uitvoerig voortraject een omgevingsvergunning aangevraagd bij het college. Het college heeft daarbij in eerste instantie tot driemaal toe in 2017, 2019 en februari 2021 kenbaar gemaakt medewerking te willen verlenen aan de gewenste ontwikkeling door daarover een principestandpunt in te nemen. Aanvrager vraagt vervolgens in mei 2021 een omgevingsvergunning aan. In 2022 komt het college terug van het eerder ingenomen standpunt en stelt de raad voor om de benodigde verklaring van geen bedenkingen niet af te geven.

3 April 2026

De Afdeling oordeelt dat appellant terecht vertrouwen heeft ontleend aan de principestandpunten omdat daarin geen voorbehoud is gemaakt. Omdat deze standpunten echter zijn ingenomen namens het college en niet namens de raad, kunnen deze niet worden toegerekend aan de raad. Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Het college is daarom ook terecht bij zijn besluitvorming over vergunningverlening niet toegekomen aan de vraag of andere belangen aan het nakomen van de principebesluiten in de weg staan, zoals het belang van een goed woon- en leefklimaat op het perceel, en zo ja, of voor het college de verplichting is ontstaan om de geleden schade te vergoeden als onderdeel van de besluitvorming. 

De aangevallen rechtbankuitspraak blijft in stand.

AbRvS, 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1840

Artikel delen