Rechtbank Rotterdam 20 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:4563. Een interessante rechtsoverweging over een BOPA-zaak over de realisering van een zonnepark. De rechtbank stelt vast dat de uitvoerbaarheidstoets, zoals voorheen opgenomen in artikel 3.1.6, onder f, van het Besluit ruimtelijke ordening, niet is teruggekomen in de Omgevingswet (Stb, 2018, 290, p. 105-106).

Dit neemt niet weg dat het in strijd kan worden geacht met ETFAL als er functies zouden worden toegedeeld waarvan op voorhand aannemelijk is dat deze op de desbetreffende locatie nooit kunnen worden verwezenlijkt. Uit de toelichting op het Omgevingsbesluit (Stb, 2018, 290, p. 105-106) begrijpt de rechtbank dat de oude rechtspraak nog steeds van toepassing is.
In het kader van een procedure tegen een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik kan een betoog over de uitvoerbaarheid van het project alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien, en voor zover, het aangevoerde leidt tot de conclusie dat het college op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het project niet kan worden uitgevoerd. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:354.
Uit de stukken en het verhandelde op zitting blijkt dat netcongestie niet aan de uitvoerbaarheid van het project in de weg staat. Stedin is betrokken geweest bij de totstandkoming van de RES en heeft geconcludeerd dat er voldoende ruimte is op het netwerk voor het zonnepark. In wat eisers hebben aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om aan deze conclusie te twijfelen.