Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Volledige invordering dwangsommen onevenredig: gemeente had gedeeltelijk van invordering moeten afzien

Vandaag heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat het college van b&w van Maasgouw ten onrechte besloten heeft om de verbeurde dwangsommen volledig in te vorderen. Hoewel aan het belang van invordering veel gewicht moet worden toegekend, waren er volgens de hoogste bestuursrechter in dat geval omstandigheden aanwezig die het college ertoe hadden moeten nopen om de dwangsommen maar slechts gedeeltelijk in te vorderen.

17 December 2025

Eerder heeft het college aan zowel A als B (echtgenoten) een afzonderlijke last onder dwangsom opgelegd wegens het permanent bewonen van een recreatiewoning. Tegen deze besluiten hebben A en B nooit bezwaar gemaakt, waardoor deze onherroepelijk zijn geworden.

A en B hebben vervolgens niet tijdig gevolg gegeven aan de lasten. Het college heeft daarom vervolgens twee invorderingsbesluiten genomen. Tegen deze besluiten hebben A en B zich wel verzet. De rechtbank Limburg heeft eerder geoordeeld dat het college wel bevoegd was om de dwangsommen in te vorderen, echter heeft hij onvoldoende gemotiveerd waarom hij de verbeurde dwangsommen volledig en niet gedeeltelijk heeft ingevorderd.

Het college is tegen dit oordeel in hoger beroep gegaan. De Afdeling is het echter eens met de rechtbank. Daarbij stelt zij vast dat A en B op (hoge) leeftijd zijn. Zij zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Op de zitting heeft het college bevestigd dat als een van beide echtelieden komt te overlijden, de schuld van de een op de ander en/of andere erfgenamen over gaat. Het college heeft een berekening van de afloscapaciteit van A en B gemaakt. Op basis van die berekening heeft het college een betalingsregeling met hen getroffen. Die betalingsregeling houdt in dat zij EUR 50 per persoon per maand betalen, dus EUR 100 per maand samen. Dit betekent dat het ruim 26 jaar zal duren voordat de dwangsommen door dit bejaarde echtpaar zullen zijn betaald. Als een van beiden komt te overlijden en de schuld overgaat op de ander, zal dat nog (veel) langer duren. Op de zitting heeft het college desgevraagd laten weten dat de gemeente geen beleid kent waarbij na een bepaalde periode van betalingen de restschuld wordt kwijtgescholden. Er is dus geen stip aan de horizon wanneer de schuld uit de wereld is.

Daarnaast stelt de Afdeling vast dat de overtreding al lange tijd geleden is beëindigd. Niet is gebleken van een risico dat die overtreding opnieuw zal plaatsvinden.

Op zich wijst het college er terecht op dat veel gewicht moet worden toegekend aan het belang van invordering vanwege het gezag dat behoort uit te gaan van de oplegging van een last onder dwangsom. Het college hoefde daarom niet geheel van invordering af te zien. Maar gelet op de omstandigheden die hiervoor zijn vastgesteld is de Afdeling van oordeel dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die maken dat het volledig invorderen van de dwangsommen zodanig negatieve gevolgen heeft voor A en B dat dit in verhouding tot de daarmee gemoeide doelen onevenredig is. Het college had daarom in dit geval gedeeltelijk van invordering moeten afzien. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat het college de beslissing op bezwaar niet deugdelijk heeft gemotiveerd en heeft dat besluit daarom terecht vernietigd. De vernietiging blijft daarom in stand.

Artikel delen