De voorschriften in een omgevingsvergunning zijn voor gemeenten hét instrument om grip te houden op ruimtelijke ontwikkelingen. Begrijpelijk, maar de creativiteit in voorschriften kent juridische grenzen. Rechtbank Gelderland trok onlangs op 5 maart 2026 een duidelijke streep (ECLI:NL:RBGEL:2026:1651).

Een initiatiefnemer wilde een loods tijdelijk gebruiken voor de opslag van pallets. Omdat dit niet in het bestemmingsplan paste, was een omgevingsvergunning nodig. De gemeente Buren verleende deze uiteindelijk, maar hing er wel een reeks stevige eisen aan vast. De meest opvallende? Verplicht cameratoezicht op het perceel. Het doel van de gemeente:
- Klachten van omwonenden monitoren.
- Toezicht efficiënter maken.
- Naleving van andere voorschriften controleren.
Het oordeel van de rechter Mag dat? "Nee," zegt de rechter. Hoewel een gemeente veel beleidsruimte heeft, geldt er één keiharde voorwaarde: een voorschrift moet een relevant ruimtelijk belang dienen.
Cameratoezicht is gericht op toezicht en handhaving, niet op de ruimtelijke ordening zelf. Het helpt misschien om de regels te controleren, maar het verandert niets aan de ruimtelijke impact van de palletopslag. Het is niet toegestaan om voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden die niet nodig zijn met het oog op het belang van de goede ruimtelijke ordening, zoals dat bij de omgevingsvergunning is betrokken. De vrees dat het college op diverse momenten moet controleren op het perceel om na te gaan of betrokkene zich aan de omgevingsvergunning houdt, is geen afweging die het college kan maken in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Deze uitspraak is een belangrijke reminder voor zowel gemeenten als initiatiefnemers:
- Geen 'grabbelton': een vergunning is geen middel om alles wat wenselijk is af te dwingen.
- Focus op de ruimte: elk voorschrift moet direct te herleiden zijn naar de ruimtelijke inrichting of het gebruik van de fysieke leefomgeving.
- Handhaving is geen planologie: middelen die puur dienen om het werk van de handhaver makkelijker te maken, horen niet thuis in de vergunningsvoorwaarden.
Kortom: een voorschrift is geen 'vrije invuloefening'. De koppeling met een ruimtelijk belang is de juridische 'life line' die altijd aanwezig moet zijn.
Door Marc Hölzmann