Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Voortzetting rechtspraak relativiteitsvereiste (art. 8:69a Awb) onder Omgevingswet en bal in geval natuurlijke personen zich beroepen op regels ter bescherming diersoorten

De rechtbank overweegt verder dat uit artikel 8:69a Awb volgt dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin eisers door het bestreden besluit dreigen te worden geraakt. In deze zaak beroepen eisers zich als natuurlijke personen op bepalingen uit de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) die strekken tot de bescherming van diersoorten, in dit geval de das, en hun voortplantings- en rustplaatsen. In beginsel beroepen eisers zich dus op wettelijke bepalingen die niet zijn gericht op de bescherming van hun belangen.

31 December 2025

Jurisprudentie – Samenvattingen

Uit rechtspraak van de Afdeling (9 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:387) volgt dat de belangen van omwonenden bij het behoud van een goede kwaliteit van hun directe woon- en leefomgeving zo verweven kunnen zijn met het algemeen belang dat de Wnb beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen uit de Wnb niet strekken tot bescherming van de belangen van omwonenden. Bij beoordeling van die verwevenheid, wordt in het bijzonder rekening gehouden met de afstand tussen de woning en het plangebied waarop de activiteiten voorzien zijn.

De rechtbank overweegt dat deze rechtspraak ziet op het voorheen geldende toetsingskader voor soortenbescherming onder de Wnb, maar dat de uitgangspunten in deze rechtspraak ook toepasbaar zijn op de gelijkluidende bepalingen over soortenbescherming in de Omgevingswet en bijbehorende wetten die in deze zaak van toepassing zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen eisers als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt en staat de relativiteit als bedoeld in artikel 8:69a van de Awb niet in de weg aan de beoordeling van het beroep van eisers. Voor beide eisers geldt immers dat de afstand van hun woning tot het plangebied minder dan 50 meter is. Vanwege deze geringe afstand is het aannemelijk dat de flora- en fauna-activiteit ruimtelijke uitstraling heeft op het woon- en leefgebied van eisers.

De geringe afstand leidt ook tot de conclusie dat kan worden aangenomen dat het belang van eisers bij het behoud van een goede kwaliteit van hun directe woon- en leefomgeving zo verweven is met de algemene belangen die de Omgevingswet en het Bal beogen te beschermen dat kan worden geoordeeld dat eisers zich ook als natuurlijke personen kunnen beroepen op bescherming tegen de aantasting van deze algemene belangen. Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep van eisers.

Artikel delen