Dat een voorlopige voorziening niet enkel een voorlopige rechtmatigheidstoets hoeft te behelzen, blijkt uit de uitspraak van de voorzieningenrechter van de AbRvS van 12 mei 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2696).

Aan de orde was de vaststelling van het bestemmingsplan “Reconstructie Vennewatersweg” door de gemeenteraad van Heiloo. Volgens de gemeenteraad is reconstructie noodzakelijk omdat de weg één van de meest verkeersonveilige trajecten in Heiloo is. Daarbij wordt erop gewezen dat in drie jaar tijd achttien ongelukken hebben plaatsgevonden waarvan zes met letsel als gevolg en één met een dodelijke afloop. Verder is namens de gemeenteraad betoogd dat voor de reconstructie subsidie beschikbaar is gesteld door de provincie, mits de werkzaamheden ook in 2026 worden verricht. Dit weegt voor de voorzieningenrechter zwaarder dan de belangen van twee verzoekers: een omwonende en een stichting die natuurbelangen behartigt.
Ten aanzien van de door de omwonende naar voren gebrachte redenen voor schorsing, overweegt de voorzieningenrechter dat de gestelde gebreken eventueel hersteld kunnen worden. Met betrekking tot dat wat de stichting naar voren brengt, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Het plan leidt in de aanlegfase tot eenmalige toename van 0,27 mol N/ha/jr, voor de toelaatbaarheid daarvan is een ecologische onderbouwing opgesteld. Volgens de stichting berusten de uitgangspunten van de toename op een onderschatting. De voorzieningenrechter overweegt daarover dat ook als sprake is van een onderschatting daarmee niet vaststaat dat significante effecten zijn te verwachten. Verder is kennelijk gebruik gemaakt van intern salderen in het planspoor zonder dat aan de Pasgeld-West-criteria is voldaan. Ook daar gaat de voorzieningenrechter aan voorbij: die discussie zal in de bodemprocedure moeten worden gevoerd. De voorzieningenrechter overweegt daarbij dat de gemeente voor eigen rekening en risico handelt voor zover na die bodemprocedure werkzaamheden zouden moeten worden teruggedraaid.
De voorzieningenrechter laat onder aan de streep het belang bij spoedige uitvoering van de wegreconstructie zwaarder wegen dan de belangen die door appellanten naar voren zijn gebracht en wijst de verzoeken om schorsing af.