ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2573. Appellant heeft verzocht om te handhaven tegen de overlast van scholieren die met (brom)fiets of scooter gebruik maken v.h. doorgangspad naast zijn woning.

Naar aanleiding van de handhavingsverzoeken hebben toezichthouders 9 keer een controle uitgevoerd. De meeste controles duurden 5 minuten, één controle duurde 30 minuten. Het college heeft de controlemomenten afgestemd op de schooltijden en de reguliere kerstvakantie. De toezichthouders hebben tijdens deze controlemomenten geen geluidsoverlast geconstateerd.
Dat de meeste controlemomenten van korte duur waren is ook geen gebrek, omdat zij verspreid over meerdere tijdstippen en dagen plaatsvonden en gericht waren op de door genoemde overlastmomenten, namelijk rond schooltijden. De Afdeling wijst er hierbij op dat bij meerdere controles geen overlast is geconstateerd.
Na de zitting bij de Afdeling heeft het college in de eerste 2 weken van november 2025 8 keer in blokken van meestal 30 minuten op het doorgangspad gecontroleerd. Dit nader onderzoek bevestigt wat in de eerdere controles ook al is vastgesteld, namelijk dat nagenoeg geen overtredingen zijn waar te nemen. Het college heeft verder voorafgaand aan de controles appellant verzocht door te geven op welke momenten volgens hem gecontroleerd zou moeten worden. De Afdeling acht van belang dat appellant hiertoe geen voorstel heeft gedaan. Dat appellant vindt dat het college op verkeerde momenten heeft gecontroleerd, komt daarom voor zijn rekening.
Voor zover appellant stelt vooraf niet te weten wanneer hij overlast zal ervaren en dat het college daarom continu toezicht zou moeten houden, overweegt de Afdeling dat dit, gelet op de beperkte capaciteit van handhavingsambtenaren, niet van een bestuursorgaan kan worden gevergd.
Het college heeft de door appellant afgespeelde geluidsopnamen en videofragmenten niet bestreden. Het college heeft tegenover deze opnamen en fragmenten echter de door de handhavingsambtenaren uitgevoerde controles gesteld, waarvan de bevindingen overeenkomen met die in november 2025.
Dat in de controlerapporten niet tot in detail is vermeld waar de toezichthouders precies stonden tijdens hun controles, betekent niet dat de rapporten gebrekkig zijn. Uit de rapporten blijkt voldoende dat de controles hebben plaatsgevonden aan het eind van de doodlopende straat, waar slechts één doorgangspad loopt. Daarmee is voldoende duidelijk waar de toezichthouders stonden tijdens de controlemomenten. Gelet op al het voorgaande kleefden aan de controlerapporten niet zodanige gebreken dat deze niet aan de besluiten ten grondslag mocht leggen.