ABRvS 6 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2573. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de door het college gehanteerde beslistermijn als redelijk kan worden aangemerkt. Hij voert hiertoe aan dat in dit geval de redelijke termijn korter is dan acht weken. Het college heeft de beslistermijn van het handhavingsverzoek van 16 augustus 2022 drie keer opgeschort. Daarmee heeft het college de besluitvorming onredelijk lang uitgesteld. Uit de door [appellant] overgelegde medische verklaring volgt dat zijn gezondheid vergde dat in dit geval een termijn van minder dan acht weken redelijk is. Dit heeft de rechtbank miskend, aldus [appellant].

Art. 4:13 Awb luidt:
"1. Een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
2. De in het eerste lid bedoelde redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een mededeling als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, heeft gedaan."
De Afdeling stelt vast dat het college 22 weken na ontvangst van het handhavingsverzoek van [appellant] van 16 augustus 2022 op dit verzoek heeft beslist. Het college heeft zich in de schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat [appellant] bij meerdere procedures betrokken is en in bezwaarschriften regelmatig ook nieuwe aanvragen verwerkt, ertoe leidt dat de behandeling van zijn verzoeken meer tijd vergt. De Afdeling stelt vast dat het college verspreid over een maand negen afzonderlijke controlemomenten heeft georganiseerd om de beweerdelijke (geluids)overlast te beoordelen. Dit onderzoek vergde tijd, wat naar het oordeel van de Afdeling een langere beslistermijn rechtvaardigt. Verder overweegt de Afdeling dat het aan [appellant] is om met concrete en objectief verifieerbare gegevens aannemelijk te maken dat in zijn situatie een kortere beslistermijn is vereist. Daarin is [appellant] niet geslaagd. De enkele stelling dat hij onder medische behandeling staat vanwege de ervaren (geluids)overlast, is daartoe onvoldoende. Gelet hierop heeft de rechtbank op goede gronden geoordeeld dat het college niet onredelijk heeft gehandeld door de beslistermijn op te schorten.