Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Wederom bevestiging dat bij opa-bouw (art. 22.26/22.29 omgevingsplan) niet wordt getoetst aan etfal en geen belangenafweging plaatsvindt

Er bestond in 2025 nog enige onduidelijkheid of bij een (binnenplanse) omgevingsvergunning OPA Bouw (op grond van art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet jo. artikel 22.26 van het omgevingsplan) al dan niet aan ETFAL moet worden getoetst en een belangenafweging zou moeten worden verricht.

6 January 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland die op 6 januari 2026 is gepubliceerd (ECLI:NL:RBNHO:2025:15465) is nogmaals bevestigd dat artikel 22.29 van het omgevingsplan een limitatief-imperatief toetsingskader inhoudt en er dus geen belangenafweging plaatsvindt.

Op 27 augustus 2025 heeft het college omgevingsvergunningen verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op de bestaande garage: een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit “bouwwerken” (artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a Omgevingswet en artikel 22.26 Omgevingsplan) en een vergunning voor een bouwactiviteit (artikel 5.1, tweede lid, onder a Omgevingswet).

Vermeldenswaardig is de toevoeging van de rechtbank in de voetnoot dat de diverse wetgevers de benaming van de vergunningen er helaas niet overzichtelijker op hebben gemaakt.

Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt, en dus niet onderbouwd, waarom er getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunningen. De gronden die verzoeker heeft aangevoerd zijn gebaseerd op stellingen over zijn recht op privacy en uitzicht. Die stellingen kunnen echter niet afdoen aan het standpunt van het college dat het bouwplan voldoet aan de eisen van het geldende omgevingsplan (en het daarvan deel uitmakende bestemmingsplan).

De volgens het omgevingsplan maximale toegestane bouwhoogte op de garage wordt, zo is immers niet in geschil, niet overschreden met de dakopbouw. Dit betekent dat er geen grond is voor het college om de verzochte omgevingsvergunningen, en met name de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit “bouwwerken”, te weigeren.

Omdat er geen strijd is met het omgevingsplan is het college ook niet gehouden een belangenafweging te maken waarin het beroep van verzoeker op privacy en uitzicht wordt betrokken. Het belang van verzoeker bij privacy en vrijwaring van inkijk in zijn woning vanaf de dakopbouw, kan dus geen reden vormen om de omgevingsvergunningen te weigeren. Het bezwaar heeft daarom naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter ook geen grote kans van slagen.

Artikel delen