De ABRvS heeft op 6 mei 2026, 202402219/1/R3 een uitspraak gedaan over hoe ver de reikwijdte van een hashtag#handhavingsverzoek strekt. Daarbij sluit de ABRvS zich aan bij de eerdere rechtsoverwegingen van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2024:4662)

De rechtbank oordeelde hieromtrent als volgt. Het college kan (en moet in beginsel) handhavend optreden indien sprake is van een overtreding van wettelijke regels. Daaronder valt ook het bouwen van een bouwwerk zonder een omgevingsvergunning of in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, die bedoeld is om een eerder geconstateerde afwijking van de feitelijke situatie te legaliseren. Degene die om handhaving vraagt dient daarbij gemotiveerd te stellen dat sprake is van een overtreding, en aan te geven wat die overtreding precies behelst. Een algemeen geformuleerd verzoek aan het college om na te gaan of iemand in overeenstemming handelt met een verleende vergunning of met algemene wettelijke regels, is daartoe niet voldoende.
De rechtbank is van oordeel dat het college het handhavingsverzoek van 30 april 2020 terecht uitsluitend heeft opgevat als een verzoek om te controleren of de dakconstructie in overeenstemming was met de verleende omgevingsvergunning. Voor zover het verzoek een ruimere strekking had, was het te onbepaald en was het college niet verplicht om daarover een besluit te nemen. Verder is van belang dat in het handhavingsverzoek door eisers in algemene termen wordt gesproken over een situatie of over installaties die mogelijk niet zouden voldoen aan wettelijke regels, zonder daarbij concreet aan te geven waaruit de overtreding zou bestaan. Over een dergelijk algemeen geformuleerd verzoek hoefde het college ook geen besluit te nemen. Uit het vorenstaande volgt dat het college de brief van eisers van 30 april 2020 terecht (uitsluitend) heeft opgevat als een verzoek om handhavend optreden in verband met gestelde afwijkingen ten opzichte van de verleende (onherroepelijke) omgevingsvergunning.
De ABRvS voegt hier nog het volgende aan toe. De rb. heeft overwogen dat het college de brief van appellanten van 30 april 2020 terecht (uitsluitend) heeft opgevat als een verzoek om handhavend optreden in verband met gestelde afwijkingen ten opzichte van de verleende (onherroepelijke) omgevingsvergunning. De Afdeling kan zich vinden in dit oordeel van de rechtbank. De Afdeling voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat appellanten niet deskundig zijn op juridisch gebied daaraan niet afdoet.
Dit betekent dat de Afdeling het betoog van appellanten over de juridische status van de bouwsnipper, de brandveiligheid en geluidsoverlast niet zal bespreken.
Meer weten over de reikwijdte van een handhavingsverzoek? Lees mijn annotatie hieromtrent van enige tijd terug in de Gemeentestem