Het is een kwestie waar veel vergunningenjuristen mee te maken krijgen: welk bouwplan is uiteindelijk vergund als lopende het proces de aanvraag wordt gewijzigd of de aanvrager wijzigt. Hier ging de uitspraak ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:606 over.

AVC heeft een aanvraag gedaan voor het transformeren van het kantoorgebouw tot 26 appartementen en een parkeergarage op de locatie. Het bouwplan is in strijd met de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan, onder andere omdat wonen op de locatie niet is toegestaan. Ook is het bouwplan in strijd met de parkeerregels.
Het college heeft op 24 december 2020 een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten "bouwen" en "gebruiken in strijd met een bestemmingsplan" als bedoeld in art. 2.1, lid 1, onderdelen a en c Wabo. Het college heeft daarbij art. 2.12, lid 1, onder a, onder 1° en 3° Wabo toegepast.
Op 30 juni 2023 is de aanvraag op naam van Caransa gezet. Caransa is dus de rechtsopvolger van AVC. De door Caransa gewijzigde aanvraag gaat over het transformeren van het kantoorgebouw tot 24 appartementen met een parkeergarage. Nadat de rechtbank de omgevingsvergunning van 24 december 2020 had vernietigd, heeft het college bij het besluit van 23 juli 2025 opnieuw op de aanvraag beslist en de omgevingsvergunning verleend.
Het college heeft de omgevingsvergunning opnieuw verleend met toepassing van art. 2.12, lid 1, onder a, onder 1° en 3° Wabo voor de activiteiten "bouwen" en "gebruiken in strijd met een bestemmingsplan".
In art. 6:19, lid 1 Awb is bepaald dat een vervangend besluit wordt betrokken bij de procedure bij de bestuursrechter.
In dit geval is de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb gevolgd. Bij het volgen van die procedure is de hoofdregel dat op de aanvraag wordt beslist zoals die met het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd. Als het ontwerpbesluit eenmaal ter inzage is gelegd, dan is het in beginsel niet meer toegestaan om de aanvraag nog te wijzigen of aan te vullen.
Dit is alleen anders als de wijziging van de aanvraag van ondergeschikte aard is. De voornaamste wijzigingen van de aanvraag zijn het terugbrengen van het aantal appartementen naar 24 stuks, het toevoegen van een parkeerplaats en het wijzigen van de terreininrichting en de zuidwestgevel.
Hoewel deze wijzigingen in bouwkundig opzicht mogelijk niet onbeduidend zijn, vindt de Afdeling dat de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw en de ruimtelijke uitstraling ervan vrijwel ongewijzigd is gebleven ten opzichte van het oorspronkelijke vergunde bouwplan. Dat betekent dat het besluit van 23 juli 2025 een vervangend besluit is, dat in beginsel bij deze procedure wordt betrokken.