Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Welke bestuursrechter is bevoegd om kennis te nemen van ingesteld rechtsmiddel tegen last onder bestuursdwang?

In haar uitspraak van 4 maart 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1227) oordeelt de Afdeling dat zij – en niet de belastingkamer van de civiele rechter – bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep dat is gericht tegen de opgelegde last onder bestuursdwang wegens het innemen van een ligplaats met een vaartuig waarop geen betalingsbewijs (vignet) van de verschuldigde havenbelasting was aangebracht. De eigenaar van het vaartuig stelde in hoger beroep bij de Afdeling onder meer dat de gemeente niet bevoegd zou zijn om havengeldbelasting te innen, zodat ook de daarmee verband houdende vignetplicht en daarop gebaseerde lastgeving niet rechtmatig zijn.

13 March 2026

De Afdeling ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of zij bevoegd is om van het hoger beroep kennis te nemen. De Afdeling overweegt dat de lokale Binnenhavengeldverordening en daarmee de bevoegdheid tot het heffen van deze gemeentelijke belasting voor het gebruik van gemeentewateren, zijn grondslag vindt in art. 229, eerste lid, aanhef en onder a, Gemeentewet. Omdat de heffing plaatsvindt met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), als ware sprake van een rijksbelasting, brengt het systeem van rechtsbescherming met zich mee dat belanghebbenden tegen een uitspraak van de rechtbank over die geheven rechten hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof en niet bij de Afdeling (vgl. de Afdelingsuitspraak van 22 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2914). De Afdeling stelt vast dat de voorliggende procedure ingang heeft gevonden met een op de Binnenhavengeldverordening gebaseerde last onder dwangsom. Die sanctie, zo heeft het college op de zitting toegelicht, dient niet alleen ter handhaving van de heffing van het binnenhavengeld, maar ook om door middel van de vignetten de verkeersstromen op het binnenwater in kaart te brengen en om handhavend op te treden tegen pleziervaartuigen waarop de belastingbepalingen wegens onbekendheid van de eigenaar geen toepassing kunnen vinden. Naar het oordeel van de Afdeling hangt het besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in dit geval weliswaar samen met het besluit tot het heffen van het binnenhavengeld, omdat uit de aanwezigheid van een vignet kan worden afgeleid dat de eigenaar van het pleziervaartuig het binnenhavengeld heeft betaald, maar is die samenhang niet zodanig dat daardoor sprake is van een ingevolge de belastingwet genomen besluit waarover de belastingrechter bevoegd zou zijn te beslissen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de overtreding in dit geval bestaat uit het feitelijk innemen van ligplaats met een vaartuig waarop geen vignet is aangebracht, de last erop is gericht deze overtreding ongedaan te maken en in de last zelf niet inhoudelijk ingaat op de juistheid van het besluit tot het heffen van binnenhavengeld. De Afdeling concludeert dat zij (en niet de belastingrechter) bevoegd is om kennis te nemen van het tegen de last ingestelde rechtsmiddel.

Artikel delen