Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Welke rol spelen (mogelijke) gezondheidsrisico’s bij de beoordeling van een planschadeverzoek?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) oordeelt in haar uitspraak van 17 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6179) dat bij de beoordeling van verzoeken om tegemoetkoming in planschade slechts rekening kan worden gehouden met gezondheidsrisico’s, als daarvoor op de peildatum wetenschappelijke aanwijzingen bestaan en beschikbaar zijn. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over het op de voet van art. 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) afgewezen verzoek om een tegemoetkoming in planschade vanwege het in 2017 genomen besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan dat voorziet in de vestiging van een vogelasiel.

6 January 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

De verzoeker om planschade stelt in zijn hoedanigheid van exploitant van een op het grootbrengen van kuikens tot kippen gericht pluimveebedrijf schade te hebben geleden als gevolg van dit besluit: opfokorganisaties hebben de exploitant laten weten vanwege de nabijheid van het (nadien daadwerkelijk gevestigde) vogelasiel en de daarbij behorende risico's op verspreiding van dierziektes geen kuikens (meer) te zullen plaatsen op diens bedrijf. In beroep had de rechtbank overwogen dat het in dit geval niet redelijk zou zijn dat de exploitant geen enkele aanspraak kan maken op planschade; het college van burgemeester en wethouders (“college”) zou daarom diens schade naar redelijkheid moeten toerekenen naar de relevante gebeurtenissen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat de positieve bestemming van het vogelasiel op zijn minst een risico voor de exploitant is geschapen dat zich vervolgens ook heeft verwezenlijkt. De Afdeling overweegt dat bij de beoordeling van een planschadeverzoek alleen de ten tijde van de inwerkingtreding van de desbetreffende planologische maatregel objectief te verwachten gevolgen van het nieuwe planologische regime van belang zijn; subjectieve elementen spelen daarbij geen rol. In de vergelijking van het regime van het nieuwe bestemmingsplan met het daaraan voorafgaande planologische regime wordt slechts rekening gehouden met zorgen over gezondheidsrisico’s als gevolg van een planologische maatregel, indien voor die zorgen aanwijzingen zijn te vinden in wetenschappelijke informatie die op de peildatum beschikbaar was. Naar het oordeel van de Afdeling bestond begin 2018, ten tijde van de peildatum van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan, op grond van de beschikbare wetenschappelijke gegevens of richtlijnen van overheidswege geen reden om aan te nemen dat de aanwezigheid van het vogelasiel op een hemelsbrede afstand van ruim een kilometer het risico op verspreiding van dierziektes in het pluimveebedrijf doet toenemen. De Afdeling concludeert, anders dan de rechtbank, dat (i) het college bij de planologische vergelijking terecht geen rekening heeft gehouden met de vrees van de opfokorganisaties voor dierziektes in het pluimveebedrijf van de exploitant als gevolg van het nabij gelegen vogelasiel, (ii) de exploitant als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingplan niet in een nadeliger planologische positie is komen te verkeren, en (iii) gelet op de beoordelingssystematiek niet meer wordt toegekomen aan de vraag of de exploitant ten gevolge van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden, net zo min als aan de vraag naar de toerekening naar redelijkheid van die schade of de omvang ervan.

Artikel delen