Rechtbank Amsterdam 17 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1913. Per 1 januari 2024 is de Wabo ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat vóór die datum de aanvraag om de omgevingsvergunning is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dit volgt uit het overgangsrecht van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Voor zover eiseressen nog hebben aangevoerd dat het college zijn zorgplicht heeft geschonden, oordeelt de rechtbank dat ook deze beroepsgrond niet slaagt. De zorgplicht uit de Omgevingswet is op deze procedure niet van toepassing. Verder is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van strijd met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, dan wel dat het college de belangen niet deugdelijk heeft afgewogen.
Noot Y. Schönfeld:
Eerder deden de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:5538) en de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:6855) vergelijkbare uitspraken. In een blogbericht dat ik destijds heb geschreven schrijf ik dat uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat op de werkzaamheden ter feitelijke uitvoering van de omgevingsvergunning die nu wordt beoordeeld (nog onder de Wabo) de zorgplichten van de Omgevingswet, het Bal, het Bbl of de bruidsschat wel toepasselijk worden.