Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld in bijlage 10a, bijlage 10d en artikel 2.15, vijfde, zevende en negende lid, van het besluit worden de volgende waarden gehanteerd:
1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nm3 aardgasequivalent;
1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nm3 aardgasequivalent;
1 ton steenkool komt overeen met 925 Nm3 aardgasequivalent;
1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nm3 aardgasequivalent;
1 m3 niet-Gronings aardgas komt overeen met X m3 aardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/m3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m3;
1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nm3 aardgasequivalent;
1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nm3 aardgasequivalent;
1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nm3 aardgasequivalent;
Indien een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het eerste lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm3.
Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel
Activiteitenregeling milieubeheer
bijlage: 10b
(17-11-2023)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
01-01-2024 |
intrekking-regeling |
01-12-2020 |
||||||
|
wijziging |
22-06-2023 |
22-06-2023 |
||||||
|
wijziging |
05-06-2023 |
05-06-2023 |
||||||
|
nieuw |
08-07-2019 |
08-07-2019 |
||||||