1.
vervaardigen of bakken van brood, banket, chocoladeproducten, beschuit, koek of biscuit, voorzover het gezamenlijk bakoppervlak van de ovens niet groter is dan 20 m2;
bewerken of verwerken van vlees of het vervaardigen, bewerken of verwerken van vleeswaren, voorzover niet meer dan twee rookkasten of vier kookketels aanwezig zijn;
bewerken of verwerken van vis, weekdieren of schaaldieren of het vervaardigen, bewerken of verwerken van producten daarvan, voorzover niet meer dan twee rookkasten of vier kookketels aanwezig zijn;
vervaardigen, bewerken of verwerken van melkproducten;
vervaardigen van consumptie-ijs.
2. vervaardigen, bewerken, verwerken, onderhouden of herstellen van:
juwelen, geplatineerde, vergulde of verzilverde voorwerpen of van sieraden van edelmetaal, kunststof of edelstenen;
blaas-, snaar-, elektronische of mechanische muziekinstrumenten;
rijwielen, bromfietsen met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cc of andere toestellen met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van niet meer dan 150 cc;
uurwerken, sloten of sleutels;
huishoudelijke machines of apparatuur;
orthopedische instrumenten.
3. vervaardigen, bewerken, verwerken, onderhouden of herstellen van installaties of voorzieningen voor gas, licht of water.
4. vervaardigen, bewerken, verwerken of onderhouden van textiel, bont, leer, kunstleer, kunststof, vlas of producten hiervan, voorzover het betreft:
het vervaardigen of herstellen van maatschoenen of orthopedische schoenen, of het herstellen van schoenen;
het vervaardigen, herstellen of verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan zadels;
het vervaardigen of veranderen van hoeden;
het vervaardigen van appendages voor textielgoederen;
het anders dan met behulp van automatische weef- of knoopgetouwen vervaardigen of herstellen van textiel, kleden of lopers;
het vervaardigen van textielgoederen met handbreimachines;
het vervaardigen naar maat of herstellen van textielgoederen of steuntextiel;
het bewerken van textielgoederen of het met de hand bedrukken van textielstoffen, anders dan door middel van zeefdruktechnieken;
het vervaardigen of herstellen van persoonlijke draag- of beschermingsartikelen.
5. assembleren, bewerken, verwerken of herstellen van glas, glazen voorwerpen dan wel het behandelen van de oppervlakte van glas of glazen voorwerpen.
6. handmatig vervaardigen of bewerken van:
fijn keramiek;
kaarsen.
7. vervaardigen of herstellen van voorwerpen van beeldende kunst van textiel, hout, steen, metaal of kunststoffen.
8.
maken of bedrukken van papier door middel van handdrukpersen, print-, kopieer- of offsetapparatuur, of het leveren van ondersteunende diensten of producten in de grafische sector, voorzover het totale elektromotorisch en verbrandingsmotorische vermogen voor het vervaardigen van producten niet meer bedraagt dan 40 kW;
binden of herstellen van boeken.
9. het uitoefenen van het bedrijf van vakfotograaf.
10. aanmeten, aanpassen, assembleren of herstellen van gehoorapparaten of visuele hulpmiddelen, met inbegrip van het onderzoeken of doen van metingen van de ogen of het gehoor.
11. het uitoefenen van het kappersbedrijf of het bedrijf voor gelaats- of lichaamsverzorging.
Regelgeving die op dit bijlage is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit bijlage als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit bijlage
Geen
(19-02-2015)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
01-01-2008 |
intrekking-regeling |
19-10-2007 |
26-11-2007 |
|||||
|
nieuwe-regeling |
07-10-1998 |
07-10-1998 |
||||||