De voldoening door de schuldenaar aan een opeisbare schuld kan alleen dan worden vernietigd, wanneer wordt aangetoond, hetzij dat hij die de betaling ontving, wist dat het faillissement van de schuldenaar reeds aangevraagd was, en er geen sprake was van een schorsing van de behandeling van die aanvraag overeenkomstig de artikelen 3d, tweede lid, en 376, tweede lid, onder c hetzij dat de betaling het gevolg was van overleg tussen de schuldenaar en de schuldeiser, dat ten doel had laatstgenoemde door die betaling boven andere schuldeisers te begunstigen.
Regelgeving die op dit artikel is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Geen
Beleidsregels en circulaires die dit artikel als wettelijke bevoegdheid hebben
Geen
Artikelen of vergelijkbare tekst die verwijzen naar dit artikel
Bankwet 1998
artikel: 8
Faillissementswet
artikel: 106a, 49, 313
Garantstellingsregeling curatoren 2023
artikel: 2
Wet op het financieel toezicht
artikel: 3a:58, 3a:129, 3a:143
Wetboek van Strafvordering
artikel: 94d
(10-07-2024)
|
Datum van inwerking- treding |
Terugwerkende kracht |
Betreft |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Kamerstukken |
Ondertekening |
Bekendmaking |
Opmerking |
|
wijziging |
07-10-2020 |
26-10-2020 |
||||||
|
tekstplaatsing-wijziging |
24-11-2005 |
24-11-2005 |
||||||
|
wijziging |
07-05-1986 |
Stb. 1986, 295 |
17-04-1991 |
Stb. 1991, 200 |
||||
|
vervallen |
07-05-1986 |
Stb. 1986, 295 |
20-02-1990 |
Stb. 1990, 90 |
||||
|
nieuw |
07-05-1986 |
Stb. 1986, 295 |
20-02-1990 |
Stb. 1990, 90 |
||||
|
nieuwe-regeling |
30-09-1893 |
Stb. 1893, 140 |
20-01-1896 |
Stb. 1896, 9 |
||||
Opmerkingen
1) Tekstplaatsing met aanpassing van de spelling.